Chinese autofabrikanten veranderen hun exportstrategie
Wanneer begin september de IAA in München de deuren opent, zal BYD niet alleen volledig elektrische modellen tonen, maar ook zijn nieuwste plug-in hybride: de Seal 6. Deze auto – een kruising tussen een verbrandingsmotor en een elektrische aandrijving – staat symbool voor een slimme koerswijziging van Chinese fabrikanten.
Sinds oktober 2024 heft de Europese Unie importheffingen tot 45 procent op elektrische auto’s uit China vanwege vermeende staatssteun. Maar er zit een groot gat in de regels: plug-in hybrides (PHEV’s) vallen niet onder die strenge tarieven. Precies dat gat benutten Chinese merken nu maximaal, zo valt te lezen in Handelsblatt.
Explosieve groei van plug-in verkopen
Volgens cijfers van Dataforce zijn de registraties van Chinese plug-in hybrides in Europa de afgelopen maanden geëxplodeerd:
- BYD verkocht in de eerste helft van 2025 ruim 20.000 PHEV’s – een stijging van 17.000 procent ten opzichte van vorig jaar.
- MG (SAIC) zag zijn volledig elektrische modellen instorten (-60%), maar de plug-in SUV MG HS verkoopt beter dan ooit.
- Geely’s Lynk & Co registreerde al 4.000 PHEV’s in zes maanden tijd, bijna evenveel als het hele vorige jaar.
Daarmee wordt duidelijk dat Chinese merken hun strategie verleggen: minder nadruk op volledig elektrisch, meer focus op plug-in hybrides om de Europese markt binnen te dringen.
Tariefvoordeel: duizenden euro’s per auto
Het verschil in kosten is enorm. Neem de BYD Atto 3, een volledig elektrische SUV. In Duitsland kost dit model bijvoorbeeld 37.990 euro, maar door de importheffingen betaalt BYD ruim 10.000 euro extra aan invoerrechten.
Vergelijk dat met de plug-in hybride BYD Seal U, die 39.990 euro kost: daarover wordt slechts 3.999 euro aan invoerrechten geheven. Bij SAIC/MG zijn de verschillen nog groter. Op sommige modellen wordt 45,3 procent tarief geheven als ze volledig elektrisch zijn, maar plug-ins blijven grotendeels buiten schot.
Strijd om de laagste prijs
De impact voor Europese merken is fors. De MG HS plug-in wordt in Europa verkocht vanaf 28.000 euro.
- Een Volkswagen Tiguan PHEV kost minimaal 40.000 euro.
- Een Toyota C-HR plug-in is nog altijd zo’n 6.000 euro duurder dan de MG.
Auto-expert Beatrix Keim (Center Automotive Research) waarschuwt dat Europa aan het begin staat van een “plug-in prijsoorlog”. Volgens haar bereiken Chinese merken hiermee twee doelen: ze veroveren marktaandeel met spotgoedkope hybrides én kunnen klanten later eenvoudig doorsturen naar hun elektrische modellen.
EU ziet het probleem, maar reageert traag
In Brussel is men zich bewust van deze maas in de wet, maar er wordt nog niet ingegrepen. Een woordvoerder van de Europese Commissie liet weten dat men “openstaat voor een onderhandelde oplossing” met China, maar dat extra tarieven op PHEV’s nu niet op de agenda staan.
Toch klinkt er politieke druk. De Duitse Europarlementariër Michael Bloss (Groenen) stelt dat “dezelfde tarieven ook op plug-in hybrides moeten gelden om Europese fabrikanten te beschermen.”
Wat dit betekent voor Europese autofabrikanten
De dreiging is duidelijk: terwijl Europese merken als Volkswagen, BMW en Mercedes al moeite hebben om concurrerend te blijven in het EV-segment, zetten Chinese merken hun opmars voort met spotgoedkope hybrides die buiten het EU-beleid vallen.
Als Brussel niet snel actie onderneemt, dreigt de Europese markt overspoeld te worden met plug-in hybrides uit China – en komen Duitse, Franse en Italiaanse fabrikanten nog verder onder druk te staan.