De Chinese autogigant BYD lijkt een nieuwe strategie te hebben gevonden om zijn elektrische auto’s in Europa goedkoper aan te bieden. In plaats van rechtstreeks uit China te exporteren, verscheepte het merk onlangs voor het eerst een lading van 900 BYD Dolphin vanuit zijn fabriek in Thailand naar Europa.
Douanetarieven zetten Chinese merken onder druk
Sinds oktober vorig jaar gelden er in Europa extra hoge importheffingen op elektrische auto’s die in China geproduceerd worden. Voor BYD valt dat relatief mee: het bedrijf kreeg een heffing van 17%, waar concurrent MG in Frankrijk zelfs met 37,6% wordt belast. Toch drukken zulke tarieven onvermijdelijk op de uiteindelijke verkoopprijzen.
Aanpassingsvermogen als wapen
De kracht van Chinese autofabrikanten zit in hun flexibiliteit. Zo heeft BYD al een nieuwe fabriek in Hongarije in aanbouw, die tegen eind dit jaar operationeel moet zijn en vooral betaalbare modellen gaat produceren. Daarnaast herschikte het merk zijn aanbod in Europa door meer hybrides te introduceren, die buiten de strenge heffingen vallen.
Toch gaat BYD nog een stap verder. Door productie te verplaatsen naar andere Aziatische landen – zoals Thailand – kan het merk goedkoper blijven produceren en mogelijk de Europese douaneregels slim omzeilen.
Eerste export uit Thailand
Volgens de staatskrant Quotidien du Peuple werden op 25 augustus de eerste 900 Dolphin-modellen vanuit de Rayong-fabriek in Thailand verscheept naar het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België. Het transport gebeurde met het eigen vrachtschip BYD Zhengzhou, dat hiermee zijn eerste overtocht tussen Thailand en Europa maakte.
Die fabriek in Rayong werd pas op 4 juli 2024 geopend en heeft een productiecapaciteit van 150.000 voertuigen per jaar. Het is de eerste volledig door BYD zelf beheerde autofabriek buiten China. Sinds de start zijn er al meer dan 90.000 geëlektrificeerde voertuigen van de band gerold.
MG volgt hetzelfde pad
BYD is niet de enige die naar Thailand kijkt. Ook MG produceert er al sinds 2017 auto’s in een fabriek met een capaciteit van 100.000 stuks per jaar. De populaire MG4 wordt er sinds eind 2024 gebouwd, en MG bevestigde al dat minstens 40% van de onderdelen lokaal geproduceerd wordt – een belangrijke voorwaarde om als écht Thaise productie te worden erkend en zo aan Europese regels te voldoen.
Ontsnappen aan heffingen?
De grote vraag is of deze strategie BYD ook echt vrijwaart van Europese importheffingen. Om als niet-Chinees product te tellen, moet minstens 40% van de componenten daadwerkelijk in Thailand worden vervaardigd. MG claimt dat dit lukt, maar of BYD aan dezelfde eis voldoet, is nog af te wachten.
Bovendien onderhandelt de Thaise regering momenteel met de Europese Unie over een vrijhandelsakkoord, dat tegen eind dit jaar zou kunnen ingaan. Als dat lukt, zouden auto’s uit Thailand met lagere invoerrechten Europa binnenkomen.
Het risico van tegenmaatregelen
Toch is het niet zeker dat dit de laatste zet in het douanespel is. Europese beleidsmakers zouden hun regels opnieuw kunnen aanpassen, of zelfs extra heffingen kunnen opleggen aan voertuigen uit andere landen. Dat zou echter tot vergeldingsmaatregelen leiden, zoals recent gebeurde met Franse wijn en sterke drank die in China opeens extra belast werden.
Voor nu lijkt BYD alvast een voorsprong te nemen op zijn concurrenten door slim gebruik te maken van zijn Thaise productiehub. Wat dit concreet gaat betekenen voor de prijzen van BYD in Frankrijk en de rest van Europa, blijft nog even de vraag. BYD France kon daar nog geen duidelijkheid over geven.