Nieuwe cijfers laten zien dat de kans om in één keer te slagen sterk verschilt per regio. In sommige steden knal je er bijna moeiteloos doorheen, terwijl je elders de helft van de kandidaten ziet stranden.
Maastricht: theorie-hel van Nederland
Kandidaten in Maastricht hebben het zwaar. Slechts 50,31% haalt daar het examen in één keer. Daarmee is het de moeilijkste plek van Nederland om je theorie te halen. Ook in Goes (51,95%) en Haarlem (52,70%) kom je beduidend minder vaak met een glimlach de examenzaal uit.
Friesland rules: Leeuwarden koploper
Aan de andere kant van het land is Leeuwarden dé plek om je geluk te beproeven: bijna 66% van de kandidaten slaagt hier direct. Ook Groningen (65,26%) en Zwolle (65,14%) scoren opvallend goed. Het scheelt dus ruim 15 procentpunten waar je je examen aflegt – een verschil dat voelt alsof je met een Fiat Panda tegen een Ferrari moet racen.
Auto vs. scooter vs. motor: wie heeft de beste kans?
Niet alleen de locatie speelt mee, ook het type voertuig.
- Motor: absolute koploper – 81% slaagt meteen. Motorrijders zijn vaak ouder, hebben meer verkeerservaring en bereiden zich meestal grondiger voor.
- Auto: 58% haalt het in één keer, dus nog altijd ruim 4 op de 10 zakken. Dit blijft de populairste categorie, waardoor de druk en faalangst vaak hoger liggen.
- Scooter: drama – minder dan de helft (47,57%) haalt het bij de eerste poging. Vaak gaat het mis door onderschatting: jongeren denken dat de theorie ‘makkelijk’ is, maar de praktijk wijst anders uit.
Slagingspercentages per CBR-locatie
Hieronder de volledige ranglijst van slagingspercentages per CBR-locatie – van beste tot slechtste scores:
- Leeuwarden – 65,99%
- Groningen – 65,26%
- Zwolle – 65,14%
- Eindhoven – 63,51%
- Schelluinen – 61,59%
- Utrecht – 60,77%
- Leusden – 59,14%
- Rijswijk (ZH) – 58,94%
- Hoogeveen – 58,77%
- Venlo-Blerick – 58,70%
- Breda – 58,46%
- Deventer – 58,33%
- Alkmaar – 57,82%
- Arnhem – 57,80%
- Barendrecht – 56,86%
- Enschede – 55,84%
- Hengelo (Ov) – 55,25%
- Amsterdam – 55,06%
- Haarlem – 52,70%
- Goes – 51,95%
- Maastricht – 50,31%
De strikvragen waar bijna iedereen intrapt
Wie ooit een CBR-theorie-examen heeft gemaakt, weet dat er altijd een paar strikvragen tussenzitten. Het zijn vragen die op het eerste gezicht simpel lijken, maar waar bijna iedereen tóch de mist in gaat. En juist deze fouten zorgen ervoor dat het theorie-examen CBR slagingspercentage in veel steden lager uitvalt dan kandidaten verwachten. Theorie.nl verzamelde de vijf bekendste instinkers – dit zijn de situaties waar je zomaar op kunt zakken.
Zebrapad
Een klassiek voorbeeld is het zebrapad. Veel mensen denken dat je daar altijd moet stoppen zodra er een voetganger in de buurt is. Logisch, want veiligheid staat voorop. Maar de officiële regel is genuanceerder: je bent alleen verplicht te stoppen als de voetganger duidelijk wil oversteken of al op het zebrapad staat. Wie invult dat je altijd moet stoppen, trapt dus in de val – en draagt zo bij aan een lager slagingspercentage.
Militaire colonne
Ook de militaire colonne zorgt voor verwarring. Stel, je staat voor rood en ziet een colonne voorbij trekken. Zodra jouw licht op groen springt, voelt het logisch om te gaan rijden. Toch is dat fout: de colonne mag ononderbroken doorrijden en je moet wachten tot het laatste voertuig voorbij is. Veel kandidaten volgen instinctief het verkeerslicht en zakken daardoor onnodig, wat zichtbaar terugkomt in het slagingspercentage van het CBR theorie-examen.
Kinderzitjes
Bij kinderzitjes gaat het vaak mis omdat mensen leeftijd verwarren met lengte. De regel is dat kinderen tot 1,35 meter verplicht in een goedgekeurd kinderzitje moeten zitten, ook op de voorstoel. Dat betekent dat een kind van elf jaar, zolang het kleiner is dan 1,35 meter, niet zonder zitje mag plaatsnemen. Kandidaten die denken dat “vanaf 12 jaar” de norm is, hebben het fout – en precies dat soort instinkers drukt het landelijke gemiddelde.
Mistachterlicht
Een andere veelgemaakte fout gaat over het mistachterlicht. Bij zware regenval is het verleidelijk om dit felle rode licht in te schakelen, omdat het zicht zo slecht is. Toch mag dat officieel niet. Het mistachterlicht is alleen toegestaan bij mist of sneeuwval met minder dan 50 meter zicht. Gebruik je het tijdens regen, dan kun je achterliggers juist verblinden – en dat verklaart waarom deze vraag zo vaak fout beantwoord wordt in de examens.
Polderblindheid
Tot slot is er de minder bekende term polderblindheid. Dit beschrijft de afnemende alertheid die ontstaat op lange, eentonige wegen, bijvoorbeeld door de eindeloze weilanden in de polder. Je raakt in een soort trance en merkt minder op van het verkeer om je heen. De oplossing? Regelmatig pauzes nemen, je blik actief afwisselen en je houding veranderen. Kandidaten die dit begrip niet kennen, gokken vaak verkeerd – en dat kost ze niet alleen punten, maar ook hun plek in de statistiek van het theorie-examen CBR slagingspercentage.