Binnen de muren van zwaar bewaakte complexen in hoofdstad Bandar Seri Begawan bevindt zich de grootste privé-autocollectie ooit. Het is een wereld die normaal gesloten blijft, bewaakt door gewapende Gurkha’s en hoge muren met prikkeldraad. Achter die muren staan duizenden Ferrari’s, Rolls-Royces, Lamborghini’s, Bentley’s en McLarens – van glimmende custom one-offs tot vergane glorie die wegrot in de tropische hitte.
De mythe en de macht van olie
De basis voor deze autogekte werd gelegd in de jaren ’80 en ’90, toen de olieprijs op een hoogtepunt stond. De Sultan en vooral zijn broer, Prince Jefri Bolkiah, gaven miljarden uit aan vastgoed, kunst, sieraden en bovenal auto’s. Met de Brunei Investment Agency en de Amedeo Development Corporation vloeiden er ongekende bedragen richting Europese luxemerken.
Het resultaat was dat autofabrikanten soms complete afdelingen oprichtten die zich uitsluitend bezig hielden met bestellingen uit Brunei. Mulliner Park Ward, de coachbuilder van Rolls-Royce en Bentley, had zelfs een speciaal “Blackpool-team” dat dag en nacht werkte aan de unieke wensen van de Sultan.
Ferrari’s: van F40’s tot geheime prototypes
Clarkson zou er jaloers van worden: de Sultan bestelde in de jaren ’90 niet één, maar elf Ferrari F40’s, waarvan er negen werden aangepast door Pininfarina. Airco, elektrische ramen en luxe lederen bekleding – zaken die je normaal niet in een hardcore F40 zou vinden – werden gewoon toegevoegd. Ook kocht hij twee F40 LM’s, de zeldzaamste en meest extreme variant van de iconische Ferrari.
Daarnaast had hij als eerste drie Ferrari F50’s in handen en financierde hij zelfs de ontwikkeling van de Ferrari FX, een experimentele supercar met een Formule 1-achtige sequentiële versnellingsbak. Ook de Ferrari F90, een op de Testarossa gebaseerde supercar ontworpen door Pininfarina, ontstond op verzoek van Prince Jefri. In totaal bezat de familie honderden Ferrari’s, waaronder stationwagons en cabrio’s van de Ferrari 456 die exclusief voor Brunei werden gebouwd.
McLarens en andere unicorns
Wie dacht dat de Ferrari-verzameling krankzinnig was, vergist zich. De Sultan bezat ook tien McLaren F1’s – de auto die vandaag meer dan 20 miljoen per stuk waard is. Daaronder zaten drie LM’s, een GTR en zelfs een unieke F1 GT.
Naast McLarens stonden er Bugatti EB110’s, Pagani’s, Lamborghini’s en talloze unieke concepten. Denk aan de BMW Nazca M12, een zeldzame Italdesign-studie die vrijwel niemand ooit in het echt zag. Voor de Sultan werd er gewoon een exemplaar gebouwd.
Rolls-Royce en Bentley: overdaad in extremis
Brunei staat in het Guinness World Records-boek met de grootste collectie Rolls-Royces: meer dan 500 stuks. Het meest beroemde exemplaar? Een Rolls-Royce Silver Spur II stretch limousine, volledig bekleed met 24-karaats goud, speciaal voor de bruiloft van de Sultan. Kosten: naar verluidt 14 miljoen dollar.
Nog bonter maakten de Bolkiahs het met Bentley. Er werden meer dan 650 Bentleys besteld, waaronder de Bentley Dominator: feitelijk een voorloper van de Bentayga, maar in de jaren ’90 gebouwd in een oplage van zes stuks, voor 4,6 miljoen dollar per auto. Modellen kregen namen als Spectre, Phoenix en Buccaneer en waren vaak one-offs die nooit buiten Brunei zijn gezien.
Het vergeten autokerkhof
Toch is niet alles glorie en glitter. Achterin de immense opslaghallen, waar airco’s vaak defect raakten, veranderden honderden unieke auto’s in een bizarre “car reef”: een autokerkhof van rottende Mercedes-Benz SEL’s en SL’s uit de jaren ’90, waaronder unieke AMG’s. De tropische hitte en vochtigheid sloegen ongenadig toe: leer rotte weg, dashboards smolten en banden liepen leeg.
Sommige Rolls-Royces en Bentleys ondergingen hetzelfde lot. In één hal stond een verzameling felgele Lamborghini’s en Ferrari’s, maar ook daar sloeg de schimmel toe. Voor buitenstaanders is het beeld surrealistisch: auto’s die miljoenen waard zijn, wegkwijnend in de jungle.
Geheimhouding en beveiliging
De collectie is streng beveiligd. Wie binnen wil, moet zijn paspoort inleveren, mag geen foto’s maken en wordt begeleid door gidsen. Honden en zwaarbewapende Gurkha’s bewaken de terreinen. Binnen bevinden zich acht immense gebouwen van twee verdiepingen, elk met een eigen thema: van Porsche 959’s tot Ferrari 456 Venice station wagons.
De schaal is nauwelijks te bevatten: elk gebouw herbergt honderden auto’s, opgesteld alsof het een soort privé-museum is. Alleen: bijna niemand krijgt ze ooit te zien.
Vergane glorie of onbetaalbare schat?
De autocollectie van de Sultan van Brunei is in gelijke mate fascinerend en tragisch. Enerzijds is het de ultieme uiting van autogekte: unieke concepten, honderden Ferrari’s en Rolls-Royces, en een fortuin aan McLarens. Anderzijds vergaan veel van die auto’s in stilte, verwaarloosd sinds de Aziatische financiële crisis van 1997 toen Prince Jefri miljarden verloor en duizenden bezittingen moest afstaan.
Wat resteert is een mythische verzameling, deels verborgen schat, deels roestende nachtmerrie. Voor autoliefhebbers is het de meest bizarre mix denkbaar: een paradijs dat tegelijk een kerkhof is.