Nieuws

Europese autofabrikanten botsen met Brussel: 'Het is tijd dat de EU verder gaat'

Europese autofabrikanten botsen met Brussel over de haalbaarheid van de strenge CO₂-doelen voor 2030 en 2035 en vragen om meer flexibiliteit.

Redactie Autobahn
3 minuten
Europese auto-industrie
Ola Källenius
Elektrische auto's
EU CO₂-doelen 2035
Europese autofabrikanten botsen met Brussel: 'Het is tijd dat de EU verder gaat'

De Europese auto-industrie staat op een kruispunt. Op 12 september ontmoeten de topmannen en -vrouwen van de grootste autofabrikanten EU-voorzitter Ursula von der Leyen in Brussel voor de laatste ronde van een strategische dialoog over de toekomst van de sector. Kern van de discussie: het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met uitstootmotoren vanaf 2035.

Een doel dat uit zicht raakt

De zero-emissiedoelstelling klinkt ambitieus, maar volgens de branche is ze onhaalbaar. Autofabrikanten klagen dat de vraag naar elektrische auto’s stagneert, subsidies verdwijnen, laadinfra achterblijft en Chinese concurrenten met zo’n 25 procent kostenvoordeel marktaandeel afsnoepen.

In een gezamenlijke brief van ACEA (de Europese autolobby) en CLEPA (de leveranciersvereniging) spraken de partijen van een “laatste kans” voor Brussel om beleid aan te passen. “Het halen van de rigide CO₂-doelstellingen voor 2030 en 2035 is in de huidige wereld simpelweg niet langer haalbaar,” schreven ACEA-voorzitter en Mercedes-CEO Ola Källenius en CLEPA-voorzitter Matthias Zink. Volgens hen moet het “CO₂-reductiepad in het wegtransport worden herijkt” en moet “technologieneutraliteit” – ruimte voor hybrides, waterstof en synthetische brandstoffen – leidend worden.

Polestar: koers houden

Niet iedereen is het daar mee eens. Michael Lohscheller, CEO van Polestar, vindt dat uitstel juist meer banen kost en Europa minder concurrerend maakt. “De overgang naar batterij-elektrische voertuigen verloopt niet lineair. Het leven is niet lineair,” zei hij tijdens de IAA in München. “Misschien is Polestar straks het laatste bedrijf dat overeind blijft, maar we doen geen concessies. De toekomst van mobiliteit is zonder emissies. Dus: verander niets, houd koers, en zet alles op een snellere transitie.”

Mercedes: einddoel blijft zero emission

Toch is ook ACEA-voorzitter Ola Källenius helder: “Er is absoluut geen twijfel dat de bestemming waar we naartoe reizen nul emissie is.” Hij benadrukt dat de sector al honderden miljarden in elektrificatie heeft geïnvesteerd en nog eens €250 miljard zal bijleggen. Maar volgens hem is er wel ruimte nodig voor flexibiliteit. “In plaats van autofabrikanten te straffen voor het missen van hun CO₂-doelen, is een betere weg om via stimulansen en nudges de markt geleidelijk te sturen. China doet dat.”

“Van verklaringen naar oplossingen”

Sigrid de Vries, directeur-generaal van ACEA, benadrukt dat Brussel de urgentie begint te voelen. Na de concessie dat fabrikanten drie jaar extra kregen voor de 2025-doelen, verwacht ze meer realisme. “Zoals je op de show kunt zien: de auto’s zijn er, de technologie is er, maar dat is niet genoeg om de doelstellingen te halen. Het is tijd dat de EU verder gaat dan politieke verklaringen en de details ingaat — wat kunnen we nu doen, wat zijn de kortetermijnwinsten, en wat vergt meer tijd?”

Valeo: 2035 houden, maar flexibel

Ook leveranciers mengen zich in de discussie. Christophe Périllat, CEO van Valeo, vindt dat de deadline overeind moet blijven, maar dat PHEV’s en range-extenders een plek verdienen. “Met minstens 100 km puur elektrisch bereik hebben ze 90 procent van de voordelen van EV’s, maar bieden ze klanten meer keuze. Ik blijf ervan overtuigd dat Europa in 2035 voor 100 procent elektrificatie moet gaan, maar wel met enige flexibiliteit in de technologische oplossingen.”

Politieke steun uit Berlijn

Opvallend is de steun van de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, die de IAA in München bezocht. “Wij zijn fundamenteel toegewijd aan de overgang naar e-mobiliteit. Maar we hebben meer flexibiliteit in de regelgeving nodig,” zei hij. “We hebben slimme, betrouwbare, flexibele Europese regels nodig. Eenzijdige politieke verplichtingen tot specifieke technologieën zijn de verkeerde economische beleidsrichting.”

Wat de industrie verder wil

Naast flexibiliteit in de CO₂-doelen vragen fabrikanten en leveranciers om:

  • ruimere aankoopsubsidies voor zowel particulieren als zakelijke rijders;
  • versoepeling van regels om goedkope kleine auto’s rendabel te bouwen;
  • versnelling van de vernieuwing van het Europese wagenpark (waarvan 150 miljoen auto’s ouder zijn dan tien jaar);
  • meer investeringen in batterijen, halfgeleiders en grondstoffenproductie in Europa om Chinese dominantie te doorbreken.

Grote belangen

De inzet van de bijeenkomst in Brussel is groot: lukt het om ambitieuze klimaatdoelen te combineren met economische realiteit? De auto-industrie zelf wil zero-emissie bereiken, maar waarschuwt dat zonder meer flexibiliteit banen, investeringen en concurrentiekracht op het spel staan.