De grootste immigratie-inval ooit bij één fabriek in de VS heeft Hyundai hard geraakt. Bij de batterijfabriek in Georgia, een joint venture met LG Energy Solution, werden begin september ruim 300 Zuid-Koreaanse werknemers opgepakt en kort daarna het land uitgezet.
Opmerkelijk genoeg hoorde Hyundai-topman José Muñoz niet via officiële kanalen van de inval, maar simpelweg door het nieuws te lezen. “Ik kon het niet geloven. Normaal weet ik dit soort dingen voordat het publiekelijk wordt,” zei hij tegenover CNN.
Specialisten gedeporteerd
De fabriek, in aanbouw in Ellabell (Georgia), wordt gezien als een van de grootste economische projecten in de staat. De gearresteerde werknemers waren volgens Muñoz specialisten die nodig zijn voor de installatie en opstart van de batterijproductielijnen. “Wat ik de afgelopen weken heb geleerd, is dat er activiteiten in de fabriek zijn die zo specifiek zijn dat er in de VS nauwelijks kennis voor is,” zei hij.
Door de uitzettingen moet Hyundai personeel uit andere vestigingen invliegen. Dat leidt tot een vertraging van zeker twee tot drie maanden.
Hyundai investeert door
Ondanks de tegenslag bevestigde Muñoz dat Hyundai miljarden blijft investeren. De tweede fase van het batterijcomplex moet nog eens 2,7 miljard dollar kosten en 3.000 extra banen opleveren.
Hyundai en LG bouwen de fabriek om batterijen te produceren voor elektrische auto’s die in de VS verkocht gaan worden. De Amerikanen beschouwen het project als het grootste economische ontwikkelingsprogramma in de geschiedenis van de staat Georgia.
Oproep voor speciale visa
Volgens Muñoz toont het incident aan dat er speciale visa nodig zijn voor tijdelijke buitenlandse experts. “Canada, Mexico, Singapore en Chili hebben zulke afspraken met de VS. Zuid-Korea niet. Dat moet echt veranderen,” aldus de CEO.
Hoewel Muñoz aangaf dat niemand immuun is voor zulke gebeurtenissen, benadrukte hij dat Hyundai blijft inzetten op zijn Amerikaanse batterijplannen. “We begrijpen de stress en het leed voor de getroffen werknemers en hun families, maar onze investeringen en lange termijn visie voor de VS blijven overeind.”