Een eerlijke bekentenis op de IAA
Tijdens de IAA Mobility in München sprak Ralf Brandstätter, CEO van Volkswagen China, opvallend openhartig over de uitdagingen in de grootste en meest dynamische automarkt ter wereld. Zijn uitspraak “We zullen nooit zo snel zijn als een Chinees start-up” klinkt bijna als berusting, maar blijkt juist onderdeel van een strategie die Volkswagen opnieuw moet positioneren in China.
Van productie naar echte lokalisering
Volkswagen produceerde altijd al auto’s in China, maar sinds Brandstätter in 2022 het roer overnam, is het beleid volledig omgegooid. Waar productie vroeger vooral neerkwam op assemblage, draait het nu om volledige lokalisering. In Hefei is een nieuw ontwikkelingscentrum neergezet, waar inmiddels drieduizend experts direct werken aan modellen die speciaal voor de Chinese markt worden ontwikkeld.
Die aanpak maakt het mogelijk om auto’s in slechts 24 tot 36 maanden op de markt te brengen. Een paar jaar geleden leek dat tempo voor een concern als Volkswagen nog ondenkbaar. Het geheim schuilt in de nabijheid van leveranciers en partners: doordat VW nu vanaf de conceptfase samenwerkt met Chinese bedrijven, kan het de innovaties en kostenvoordelen van de markt direct benutten. Zoals Brandstätter het zelf samenvat: “We zijn niet meer 9.000 kilometer verwijderd, maar precies daar waar de innovaties ontstaan.”
Eigen technologie, geen blackbox meer
Ook technologisch kiest Volkswagen een andere koers. Tot voor kort was het merk sterk afhankelijk van externe leveranciers die complete software- en rijhulpsystemen leverden. Dat betekende dat Volkswagen vaak moest vertrouwen op “blackbox-systemen” waarvan de inhoud en ontwikkeling nauwelijks beïnvloed konden worden. Met de oprichting van het gezamenlijke bedrijf Carizon, een joint venture met Horizon Robotics, wil VW die afhankelijkheid doorbreken.
Daar werken vijfhonderd software-ingenieurs aan een eigen technologieplatform voor rijassistentie. Eind 2025 wil Volkswagen de eerste auto’s met Level 2+ systemen introduceren, gevolgd door Level 2++ in 2026 en een duidelijke route naar Level 3 autonoom rijden. Daarmee claimt VW niet langer afhankelijk te zijn van wat anderen bouwen, maar zelf de regie over zijn software en innovatie te houden. “Dit is onze eigen ontwikkeling – we zijn niet langer afhankelijk van blackbox-systemen van toeleveranciers,” aldus Brandstätter.
Verbranders blijven relevant
Hoewel de toekomst van Volkswagen in China onmiskenbaar elektrisch is, blijft de verbrandingsmotor opvallend aanwezig. Tot 2027 plant VW dertig nieuwe New Energy Vehicles, en voor 2030 verwacht het bedrijf dat tachtig procent van de markt uit elektrische of hybride voertuigen zal bestaan. Maar dat betekent ook dat de overige twintig procent nog steeds uit conventionele verbranders zal bestaan. Daarnaast voorziet Volkswagen dat nog eens 35 procent van de verkopen zal bestaan uit plug-in hybrides en range-extenders.
Met andere woorden: meer dan de helft van de auto’s die in 2030 in China verkocht worden, bevat nog altijd een motor. Daar speelt Volkswagen op in door bestaande motorenfabrieken te benutten en zelfs een nieuw transmissieproject op te zetten voor plug-in hybrides en EREV-modellen.
De Chinese klant is anders
Een ander punt dat Brandstätter benadrukt, is hoe fundamenteel de Chinese klant verschilt van de Europese. In China is de gemiddelde koper ongeveer twintig jaar jonger dan in Europa. Het gaat vaak om een eerstekoper die niet opgegroeid is met merkentrouw, maar die vooral kijkt naar technologie, design en status. Die groep verdient bovendien goed en wil een auto die modern en “cool” aanvoelt.
Tegelijkertijd ziet Volkswagen dat ook in China traditionele waarden opnieuw belangrijker worden. Veiligheid en kwaliteit zijn thema’s die net zo hoog scoren als in de westerse markten. Brandstätter benadrukt dat Volkswagen daar een voordeel kan pakken: “Naast digitale verfijning zien we dat vooral kwaliteit en veiligheid weer steeds belangrijker worden.”
Van schaal naar snelheid naar totaalpakket
Wat in China misschien wel het meest duidelijk wordt, is hoe snel de spelregels veranderen. Waar vroeger schaalgrootte de belangrijkste troef was – grote autofabrikanten konden dankzij massaproductie de goedkoopste auto’s aanbieden – draait het nu om snelheid. Start-ups kunnen in razend tempo nieuwe modellen in de markt zetten en zo snel marktaandeel veroveren.
Maar volgens Brandstätter komt er alweer een volgende fase aan. Niet alleen de snelste partij wint, maar diegene die het beste totaalpakket kan bieden: technologie die indruk maakt, gecombineerd met betrouwbaarheid en veiligheid. Voor Volkswagen ligt daar de kans om zich te onderscheiden.
Meer dan China alleen
De herstructurering van Volkswagen China is niet alleen bedoeld om lokaal sterker te staan. Brandstätter ziet ook mogelijkheden om de kennis en technologie die in China ontwikkeld worden, naar andere markten te exporteren. Regio’s als Zuidoost-Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Zuid-Amerika staan volgens hem open voor deze aanpak.
Bewust pad
Volkswagen kiest in China bewust voor een pad dat haaks staat op de razendsnelle aanpak van veel start-ups. Met de uitspraak “We zullen nooit zo snel zijn als een Chinees start-up” erkent Brandstätter dat snelheid niet de ultieme maatstaf hoeft te zijn. In plaats daarvan wil Volkswagen zich onderscheiden met een balans van tempo, betrouwbaarheid, veiligheid en kwaliteit.
Die koers moet ervoor zorgen dat het merk in China opnieuw relevant wordt – én dat het een blauwdruk neerlegt voor andere groeimarkten buiten Europa.