Tien jaar geleden bestond het merk nog niet, nu heeft het al 1 miljoen auto’s gebouwd. Leapmotor, het Chinese EV-merk dat sinds 2023 onderdeel is van Stellantis, groeit in een tempo dat de traditionele merken zenuwachtig maakt. En volgend jaar rollen de eerste modellen in Spanje van de band.
Van start-up naar wereldspeler
Leapmotor werd in december 2015 opgericht door Fu Liquan en Zhu Jiangming. Al in 2017 stond de eerste auto, de sportieve S01, op de weg. Het merk kende ups en downs, maar hield vol dankzij een slimme mix van betaalbare techniek en samenwerkingen met andere fabrikanten. Inmiddels heeft Leapmotor meer dan 1.500 dealers wereldwijd en zo’n 9.300 medewerkers.
Explosieve groei
De cijfers zijn duizelingwekkend. In juni 2022 werd de 100.000ste auto gebouwd. In oktober 2024 stond de teller al op 500.000. En nog geen jaar later is dat aantal verdubbeld naar 1 miljoen. Volgens CEO Zhu Jiangming moet dit jaar uitkomen op 500.000 tot 600.000 verkochte auto’s – grotendeels elektrisch.
Europese stap: productie in Spanje
De grote doorbraak kwam in 2023, toen Stellantis (bekend van o.a. Peugeot, Opel en Fiat) voor €1,5 miljard een belang van 20% in Leapmotor nam. Daarmee kreeg Stellantis toegang tot een breed EV-portfolio én de rechten om de modellen in Europa te verkopen.
Vanaf 2026 worden de Leapmotor B10 en B05 geproduceerd in de fabriek van Stellantis in Zaragoza (Spanje). Dat betekent: kortere levertijden, lagere kosten en modellen met een ‘Made in Europe’-stempel. Een logische stap, nu Chinese merken steeds meer voet aan de grond krijgen op de Europese markt.
Gunstig voor Nederlandse rijder
Met assemblage in Spanje verdwijnen hoge invoerheffingen en transportkosten grotendeels. Daardoor kan Leapmotor zijn prijskaartjes aantrekkelijk houden – een serieuze bedreiging voor gevestigde Europese merken. Voor Nederlandse EV-rijders zou dit wel eens kunnen betekenen dat er binnenkort nóg meer betaalbare elektrische alternatieven bij de dealer staan.