De brommobiel – of microcar – is bezig aan een opvallende opmars in Nederland. Vooral in Amsterdam is de trend duidelijk: alle 3.000 parkeervergunningen voor micro-auto’s zijn inmiddels vergeven. Uit een nieuw onderzoek van micromobiliteitsplatform MicroMobiel.nl blijkt dat één op de vijf Nederlanders een microcar interessant vindt. Van hen bezit ongeveer de helft er al een, of heeft serieuze plannen er een aan te schaffen. Daarmee lijkt de brommobiel een blijvende rol te gaan spelen in het Nederlandse straatbeeld.
Wat is een microcar eigenlijk?
De term wordt vaak door elkaar gebruikt met brommobiel of 45 km-auto. Strikt genomen gaat het om een voertuig dat officieel als bromfiets wordt geregistreerd, maximaal 45 km/u rijdt en een gesloten carrosserie heeft. Vandaar de bijnaam ‘45-kilometerautootje’.
Daarnaast zijn er varianten die harder kunnen – vaak 80 of 90 km/u – de zogeheten L7e-voertuigen. Deze vallen tussen een brommobiel en een personenauto in. In de praktijk wordt daarom de verzamelnaam microcar gebruikt, al was dat oorspronkelijk ook de merknaam van een van de eerste fabrikanten van dit type voertuigen.
Jongeren drijven de populariteit
Lange tijd gold de brommobiel als auto voor ouderen die geen rijbewijs meer hadden of zich veiliger voelden in een klein, beperkt voertuig. Maar dat beeld is snel aan het veranderen. Het zijn juist jongeren die in stedelijke gebieden massaal de overstap maken. Voor hen is het een aantrekkelijk alternatief voor de fiets, scooter of het openbaar vervoer.
Volgens het onderzoek van MicroMobiel.nl ziet ruim een derde van de 18- tot 29-jarigen een microcar wel zitten. Onder vijftigplussers zakt de belangstelling juist sterk weg. Ook geografisch zijn er verschillen: vooral in Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Limburg blijkt de animo veel groter dan in andere provincies.
Alternatief voor de gewone auto
De manier waarop een microcar in het huishouden wordt gebruikt, verschilt sterk per leeftijdsgroep. Jongeren zien het vooral als een handige tweede auto of vervanger van de fiets. Oudere groepen beschouwen het vaker als volwaardig alternatief voor hun eerste – en soms enige – auto.
Volgens Frank Breukelman, oprichter van MicroMobiel.nl, is dat ook logisch: “De meeste Nederlanders rijden gemiddeld maar zo’n 30 kilometer per dag, vaak binnen de eigen stad of het dorp. Dat betekent dat het gros van onze dagelijkse ritten uitstekend met een microcar gemaakt kan worden. En vooral in drukke steden is het gewoon een heel praktisch vervoersmiddel.”