Reputatie onder druk
China geldt inmiddels als de grootste producent van elektrische auto’s, maar het imago van die modellen blijft wisselend. Technisch gezien doen sommige Chinese EV’s niet meer onder voor hun Europese concurrenten, maar de reputatie lijdt onder één hardnekkig probleem: het serviceapparaat. Waar Japanse en Koreaanse merken al decennialang inzetten op betrouwbaarheid en klantgerichtheid, kampen Chinese merken vaak met lange wachttijden en slechte beschikbaarheid van onderdelen.
Vooral eigenaars van de populaire MG4 klagen over wekenlange stilstand na een defect of schade. Niet omdat de auto zelf faalt, maar omdat onderdelen simpelweg niet leverbaar zijn. Het maakt de opmars van Chinese merken in Europa kwetsbaar. Om dat te veranderen grijpt de Chinese overheid nu in.
Exportlicentie verplicht vanaf 2026
Het ministerie van Handel in Peking heeft besloten dat fabrikanten voortaan een exportlicentie nodig hebben om elektrische auto’s buiten China te verkopen. Die verplichting gaat in per 1 januari 2026 en geldt uitsluitend voor de merken zelf of erkende dochterbedrijven. Daarmee wil men voorkomen dat tussenhandelaren of niet-officiële exporteurs auto’s op de markt brengen zonder dat er een degelijk aftersalesnetwerk achter zit.
Tot nu toe gold zo’n licentie alleen voor auto’s met een verbrandings- of hybride aandrijving. Met de uitbreiding naar EV’s wil China duidelijk maken dat kwaliteit en klantenservice even belangrijk zijn als scherpe prijzen of indrukwekkende actieradius. Voor consumenten betekent dit in theorie meer zekerheid: minimaal twee jaar officiële garantie en betere beschikbaarheid van onderdelen.
Service blijft de zwakke plek
Toch lossen de nieuwe regels niet alle problemen op. MG, momenteel het bekendste Chinese automerk in Europa, werkt immers al via officiële kanalen. Dat sluit wachttijden en logistieke tekorten niet uit. Lange immobilisaties bij schade of defecten blijven dus mogelijk. Bovendien is de serviceproblematiek niet uniek Chinees: ook eigenaars van Renault, Peugeot en Citroën melden geregeld vertragingen bij reparaties.
Wel kan de maatregel bijdragen aan meer uniformiteit in kwaliteit. Wie een Chinese auto koopt, krijgt straks meer kans op een merk dat niet alleen goedkoop is, maar ook beter in staat blijkt zijn klanten bij problemen te helpen.
Strategische steun voor Chinese grootmachten
De licentie moet ook iets anders bewerkstelligen: het beschermen van de sterkste merken tegen een interne prijsoorlog. China telt op dit moment tientallen autofabrikanten, veel meer dan de markt kan dragen. Door de export te reguleren, hoopt de overheid de overlevingskansen van haar 'kampioenen' te vergroten.
Een goed voorbeeld is BYD, de grootste Chinese producent van elektrische auto’s. Het merk investeert zwaar in Europa met nieuwe fabrieken in Hongarije en Turkije. Zulke projecten kosten honderden miljoenen en zijn alleen rendabel als de verkoop aantrekt. Ongecontroleerde export van mindere merken zou niet alleen de prijzen drukken, maar ook de reputatie van álle Chinese auto’s schaden.
Nieuwe fase in de Chinese EV-strategie
De boodschap is duidelijk: China wil niet langer dat 'Made in China' gelijkstaat aan goedkope maar twijfelachtige kwaliteit. Door strengere regels in te voeren, moet de export van Chinese elektrische auto’s betrouwbaarder en professioneler worden. Voor Europese klanten kan dat een geruststelling zijn, maar tegelijk betekent het dat Chinese fabrikanten geen excuus meer hebben als service en onderdelen straks toch achterblijven.