Algemeen

Richtingaanwijzers en rotondes: één simpele regel die 80% van de bestuurders negeert

In Nederland wemelt het van de rotondes, maar eerlijk is eerlijk: dat knipperlichtje wordt er niet altijd even goed gebruikt.

Redactie Autobahn
2 minuten
Verkeersregels
Verkeersboete
verkeersveiligheid
Richtingaanwijzers en rotondes: één simpele regel die 80% van de bestuurders negeert

En toch is dat kleine hendeltje zó belangrijk – niet alleen voor de veiligheid, maar ook voor de doorstroming. Veel bestuurders vragen zich af: wanneer gebruik je nu precies die richtingaanwijzer op een rotonde? Hier volgt een helder overzicht, helemaal volgens de Nederlandse regels én de realiteit van alledag.

Invoegen en voorsorteren: eerst kijken, dan kiezen

Bij het naderen van een rotonde geef je géén richting aan – tenzij je direct rechtsaf wilt, dus de eerste afslag neemt. In dat geval zet je je rechter knipperlicht aan voordat je de rotonde oprijdt.

Ga je rechtdoor of linksaf, dan gebruik je bij het oprijden geen richtingaanwijzer, maar kies je wél de juiste rijstrook. Op rotondes met twee banen hoor je op de linkerbaan te blijven als je linksaf of helemaal rond wilt rijden. De ANWB legt stap voor stap uit hoe je je correct positioneert en waarom dat verwarring voorkomt.

Afslag nemen: altijd richting naar rechts

Zodra je de afslag vóór de jouwe bent gepasseerd, gaat het rechter knipperlicht aan. Zo laat je duidelijk weten dat je de rotonde gaat verlaten. Dat is niet alleen beleefd, maar ook verplicht. Volgens artikel 55 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) moet iedere bestuurder die van richting verandert dat tijdig aangeven. De Rijksoverheid benadrukt dat dit geldt voor alle situaties, ook bij het verlaten van rotondes.

En wie het vergeet? Die riskeert een boete van 75 euro (exclusief administratiekosten). De politie houdt hier geregeld controles op, zeker in drukke steden waar rotondes de verkeersstroom bepalen. Volgens NU.nl werden in 2024 ruim 18.000 boetes uitgedeeld voor het niet gebruiken van richtingaanwijzers bij afslaan en uitvoegen.

Grote voertuigen: de uitzondering die de regel bevestigt

Vrachtwagens en bussen spelen hun eigen spel. Door hun lengte moeten ze vaak de binnenbaan gebruiken, zelfs als ze gewoon rechtdoor willen. Daarom zetten ze bij het oprijden hun linker richtingaanwijzer aan – niet om af te slaan, maar om aan te geven dat ze extra ruimte nodig hebben om veilig uit te voegen. Voor automobilisten betekent dat: blijf uit hun dode hoek en geef ze de ruimte. De RDW geeft hierover extra uitleg in haar handleiding voor chauffeurs van zware voertuigen.

Het lijkt misschien een kleinigheid, maar juist dat knipperlicht maakt het verschil tussen chaos en duidelijkheid. Door richting aan te geven, laat je anderen weten wat je van plan bent en houd je het verkeer soepel. Dus: géén richting bij het oprijden (behalve als je meteen rechtsaf slaat), altijd rechts knipperen bij het verlaten, en let extra goed op bij vrachtwagens. Zo rijd je niet alleen volgens de regels, maar ook met een beetje hoffelijkheid – precies wat het verkeer nodig heeft.