EU heroverweegt verbod op verbrandingsmotoren in 2035: dreigt Europa terrein te verliezen aan China?

Brussel onderzoekt de 2035-regels opnieuw, maar houdt officieel vast aan het verbod op benzine- en dieselauto’s. De druk van industrie en politiek groeit.

EU heroverweegt verbod op verbrandingsmotoren in 2035: dreigt Europa terrein te verliezen aan China?

Europa zet het 2035-plan onder de loep

De Europese Commissie heeft bevestigd dat ze de wetgeving rond het verbod op verbrandingsmotoren vanaf 2035 herbekijkt. Dat zei EU-commissaris Wopke Hoekstra in een schriftelijk antwoord aan het Europees Parlement. Officieel blijft de einddatum staan, maar Brussel erkent dat er "ruimte is voor evaluatie”, een duidelijke reactie op de toenemende druk vanuit de auto-industrie en meerdere lidstaten.

Volgens Hoekstra biedt het jaartal 2035 “zekerheid aan fabrikanten en investeerders”. De Commissie wijst erop dat het verbod niet losstaat, maar onderdeel is van de bredere CO₂-regelgeving die bepaalt dat alle nieuwe auto’s in 2035 nul uitstoot moeten hebben. Aanpassen van die wet zou een nieuwe meerderheid en goedkeuring van het Europees Parlement vergen.

Druk van autofabrikanten en regeringen neemt toe

De timing van de herziening is geen toeval. Europese fabrikanten waarschuwen al maanden dat de vraag naar elektrische auto’s achterblijft. Zonder ruimte voor hybrides, plug-ins of synthetische brandstoffen zou Europa de concurrentiestrijd met China kunnen verliezen.

Topmensen als BMW’s Oliver Zipse, Volkswagen-CEO Oliver Blume en Stellantis-baas Antonio Filosa noemen het huidige plan “niet realistisch”. Volgens hen zijn de productiecapaciteit, infrastructuur en consumentenvraag nog te zwak om een harde deadline te halen.

Ook op politiek niveau groeit het verzet. De Italiaanse premier Giorgia Meloni en de Duitse oppositieleider Friedrich Merz pleiten voor uitstel, terwijl landen als Frankrijk en Spanje juist waarschuwen dat een versoepeling “het verkeerde signaal” aan de markt geeft.

De inzet: behoud van concurrentiekracht

Voor Europese autofabrikanten gaat het niet alleen om de datum, maar ook om de voorwaarden. In Brussel ligt nu de vraag op tafel of uitzonderingen mogelijk zijn voor nichemerken, kleine volumes of klimaatneutrale brandstoffen. Ook de hoogte van boetes bij overschrijding van CO₂-doelen staat opnieuw ter discussie.

Critici vrezen dat een te strenge lijn de deur wijd openzet voor Chinese merken, die dankzij massaproductie en lagere kosten de Europese markt al overspoelen. De angst: dat Europa met goede bedoelingen zijn eigen industrie ondermijnt.

Milieubewegingen waarschuwen voor afzwakking

Aan de andere kant van het debat staan milieuorganisaties en voorstanders van e-mobiliteit. Zij vinden dat een herziening van 2035 een “gevaarlijk precedent” zou scheppen. In plaats van versoepelen, pleiten ze voor meer investeringen in laadinfrastructuur, gerichte subsidies en flotteregels om de overstap te versnellen.

Zij waarschuwen dat uitstel of uitzonderingen de klimaatdoelen in gevaar brengen en de innovatie juist remmen.

Meer keuze in modellen

Voor de Nederlandse automobilist is het Europese debat geen ver-van-mijn-bedshow. Nederland volgt het EU-beleid op de voet en heeft zelf ambitieuze klimaatdoelen, waaronder een volledig emissievrije nieuwverkoop in 2030. Als Brussel de regels zou versoepelen, kan dat Nederlandse plannen en investeringen in EV-infrastructuur direct beïnvloeden.

Voor kopers betekent een uitstel van het 2035-verbod mogelijk meer keuze in hybride of synthetisch aangedreven modellen, maar ook onzekerheid over toekomstige belastingvoordelen.

Achter de schermen stevig gevecht

De Europese Commissie heroverweegt haar koers, maar houdt voorlopig vast aan 2035. Achter de schermen woedt echter een stevig gevecht tussen industrie, politiek en milieuorganisaties.

Het resultaat bepaalt niet alleen het tempo van de elektrificatie, maar ook de vraag of Europa de concurrentie met China kan bijbenen.

Nieuws
  • NL Beeld / Belga