Rust was van korte duur
Het leek eind vorig jaar eindelijk rustig te worden bij onze oosterburen. Na felle discussies en dreigende taal werd er een akkoord gesloten: geen fabriekssluitingen, maar wel keiharde prestatie-eisen. Nu blijkt dat de vier belangrijkste productielocaties van Volkswagen die doelen bij lange na niet halen.
Het gaat om de fabrieken in Wolfsburg, Emden, Zwickau en Hannover. Voor de Nederlandse markt zijn dit essentiële locaties, aangezien hier modellen als de Golf, Tiguan en de elektrische ID-reeks van de band rollen. Volgens ingewijden die spraken met het Duitse Handelsblatt is de uitdaging groot: de kosten zijn te hoog en de efficiëntie te laag.
Machines haperen en banden liggen stil
Hoewel Volkswagen in de eerste negen maanden van dit jaar meer auto's verkocht dan vorig jaar, is de productiecapaciteit in de fabrieken nog steeds niet optimaal benut. In de 'elektrische' fabrieken in Zwickau en Emden moesten recent zelfs diensten worden geschrapt. In Hannover, waar onder andere de ID. Buzz wordt gebouwd, draaide de productie deels op slechts één ploegendienst.
Op de thuisbasis in Wolfsburg speelt nog een ander, pijnlijk probleem: verouderde apparatuur. Daniela Cavallo, de machtige voorzitter van de ondernemingsraad, wond er geen doekjes om tijdens een recente bijeenkomst. "Er is niets ergers dan mensen oproepen voor een extra dienst en dan niet kunnen werken omdat machines en installaties problemen geven", stelde zij vast. Ondanks volle orderboeken loopt de fabriek hierdoor achter op de planning.
De harde realiteit van de cijfers
Deze vertragingen zijn niet zonder risico. Eind 2024 sloten het management en de vakbond IG Metall een pact: werkgelegenheid werd gegarandeerd en fabrieken bleven open, mits er in 2026 bepaalde kostendoeleinden worden gehaald. Nu de vier sleutelfabrieken achterblijven, komt dat doel in gevaar.
Een anonieme topmanager van VW is helder over de consequenties: "Als de waarden niet worden gehaald en we geen concurrerende auto's kunnen bouwen, is het onderwerp 'toekomst van de locaties' niet van tafel." In gewoon Nederlands: als de fabrieken niet efficiënter worden, laait de discussie over sluitingen of inkrimpingen gewoon weer op.
Pijnlijk verschil met de concurrentie
Dat Volkswagen een kostenprobleem heeft, wordt pijnlijk duidelijk als je de cijfers naast die van de concurrentie legt. Het concern gaf in 2024 maar liefst 15,3 procent van de omzet uit aan personeelskosten.
Dat is fors meer dan de rivalen. Bij BMW, Mercedes-Benz en zelfs Porsche ligt dit percentage tussen de 10,6 en 12,8 procent. Ook Stellantis, het moederbedrijf van onder meer Opel en Peugeot, doet het met nog geen 11 procent een stuk efficiënter. Dit structurele nadeel maakt het voor Volkswagen lastig om internationaal de prijzen scherp te houden zonder de winst te zien verdampen.
Spannende maanden op komst
De komende kwartalen zijn cruciaal. Er wordt per kwartaal gemeten of de fabrieken op koers liggen voor de deadline van 2026. Een woordvoerder van het concern benadrukt dat de kosten in Wolfsburg, Zwickau en Emden al met bijna 30 procent zijn gedaald en dat men "op de goede weg is".
Toch blijft de sfeer gespannen. Volgend jaar wordt beslist welke nieuwe modellen aan welke fabrieken worden toegewezen. Een fabriek die zijn targets niet haalt, loopt het risico nieuwe, populaire modellen mis te lopen. En in de auto-industrie is dat vaak het begin van het einde.
- Adobe Stock