De gouden kooi
Duitsland was decennialang de onbetwiste koning van de auto-industrie, met China als belangrijkste wingewest. Merken als Volkswagen, BMW en Mercedes verdienden daar jarenlang grof geld. Die miljardenwinsten vloeiden terug naar Europa en financierden de ontwikkeling van de auto's die wij hier op de weg zien. Het leek een perfect model, maar die geldkraan verandert nu in een strop.
Marktanalisten zien een zorgwekkend patroon ontstaan. De Chinese consument wil geen Duitse auto's meer; ze willen slimme, elektrische auto's van eigen bodem, zoals die van BYD, NIO of Xpeng. Om relevant te blijven in China, moeten de Duitsers nu gigantisch investeren om hun achterstand in te halen.
Technologie vloeit weg
Het wrange is dat de rollen volledig zijn omgedraaid. Vroeger brachten de Duitsers de techniek en kennis naar China. Nu moeten ze in China zijn om de nieuwste batterij- en softwaretechnologie in te kopen, omdat ze het zelf niet in huis hebben.
Duitse autofabrikanten gaan noodgedwongen partnerschappen aan met Chinese merken en pompen miljarden euro's – verdiend met Europese verkopen – in Chinese fabrieken en onderzoekscentra. Het Duitse geld wordt zo gebruikt om de Chinese auto-industrie nóg sterker en innovatiever te maken.
Concurrentie in eigen huis
Diezelfde Chinese industrie gebruikt die hernieuwde kracht en financiële injecties vervolgens om de blik naar buiten te richten. Met geavanceerde, goedkopere elektrische auto's overspoelen ze nu de Europese markt. De Duitse merken financieren dus indirect de concurrenten die hun marktaandeel in Europa komen afpakken.
Het is een vicieuze cirkel waar de Duitse merken nauwelijks uit kunnen ontsnappen. Trekken ze zich terug uit China? Dan verliezen ze hun grootste afzetmarkt en storten de inkomsten direct in. Blijven ze investeren? Dan bouwen ze mee aan de infrastructuur van de partijen die hen op termijn overbodig willen maken.
Gevangen in het midden
De Duitse auto-industrie lijkt gevangen in een 'China-val'. Terwijl de Europese politiek en Brussel proberen de grenzen te beschermen met importheffingen op Chinese auto's, zijn de Duitse fabrikanten zelf de grootste sponsors van de Chinese opmars.
Topmanagers zitten in een spagaat: ze moeten vrienden blijven met Peking om hun fabrieken daar te laten draaien, maar zien tegelijkertijd hoe hun positie op het wereldtoneel afbrokkelt. Het is een economische paradox die de machtsverhoudingen in autoland voorgoed op zijn kop zet: de meester is afhankelijk geworden van de leerling.
- Adobe Stock