De rekening komt aan de pomp
Geniet nog maar even van de huidige literprijzen, want Brussel heeft een nieuw plan uitgerold dat autorijden op fossiele brandstof aanzienlijk duurder maakt. Het heet ETS II en het is een emissiehandelssysteem dat zich specifiek richt op wegverkeer en gebouwen. Waar uitstootrechten voorheen vooral een probleem waren voor grote industrieën, schuift de rekening nu door naar de automobilist.
Vanaf 2027 moeten brandstofleveranciers uitstootrechten kopen voor de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van benzine en diesel. Reken maar niet dat Shell of BP die kosten zelf slikken; die worden één-op-één doorberekend aan de pomp.
De verwachting? Een prijsstijging die tegen 2030 kan oplopen tot wel 25 cent per liter. De EU bouwt weliswaar een noodrem in om extreme prijsexplosies te voorkomen, maar de trend is onomkeerbaar: tanken wordt een luxeproduct.
2035: Einde van een tijdperk
Naast de prijsverhoging tikt de klok genadeloos door naar 2035. Vanaf dat jaar is de verkoop van nieuwe personenauto’s en bestelwagens met een verbrandingsmotor in de EU verboden. Dit is geen plotselinge bevlieging, maar staand beleid om de CO2-uitstoot naar nul te krijgen.
Voor de duidelijkheid: je mag je huidige benzine- of dieselauto na 2035 gewoon blijven rijden en verkopen. Er komt geen verbod op het bezit. Maar wie nieuw wil kopen, heeft straks geen keuze meer, tenzij je gokt op de zeer smalle (en dure) uitzondering voor e-fuels. Fabrikanten investeren nu al miljarden in de omschakeling, wat betekent dat het aanbod van nieuwe, betaalbare brandstofauto’s de komende jaren waarschijnlijk snel zal verschralen.
Reken even mee: dit gaat het je kosten
Wat betekent die 25 cent extra nu echt voor je jaarbudget? Laten we de rekenmachine erbij pakken.
Stel, je rijdt een bescheiden 12.000 kilometer per jaar en je auto verbruikt 6 liter per 100 kilometer (1 op 16,6). Je jaagt er dan 720 liter doorheen. Met de beoogde heffing ben je op jaarbasis zo’n 180 euro extra kwijt, puur aan 'klimaatkosten'.
Ben je een veelrijder met 20.000 kilometer op de teller en een iets minder zuinige auto (7 liter op 100 km)? Dan tank je 1.400 liter per jaar en mag je jaarlijks circa 350 euro extra aftikken. Het doel van Brussel is kraakhelder: deze financiële prikkel moet de overstap naar elektrisch rijden of het openbaar vervoer forceren.
De elektrische wortel en de fossiele stok
Overheden gebruiken een combinatie van drang en dwang. Terwijl brandstof duurder wordt, moet elektrisch rijden aantrekkelijker worden. De rekensom per kilometer valt nu al vaak gunstig uit voor de EV, zeker als je thuis kunt laden. Een ritje van 100 kilometer kost je elektrisch (bij thuisladen) pakweg 6 euro, terwijl je met een benzineauto al snel richting de 11 of 12 euro gaat.
Het struikelblok blijft de aanschafprijs. Een degelijke elektrische middenklasser vergt nog steeds een forse investering, al dalen de prijzen van batterijen en neemt het aanbod op de tweedehandsmarkt toe. Voor huishoudens zonder eigen oprit en met een beperkt budget blijft de 'laadpaal-stress' en de hoge instapprijs echter een serieuze drempel, hoe graag Brussel ook wil dat we om zijn.
Chaos en kansen op de occasionmarkt
Deze maatregelen gaan voor een schokgolf op de tweedehandsmarkt zorgen. Op korte termijn zullen zuinige benzine-auto’s waarschijnlijk gewild blijven (en dus duurder worden) omdat mensen de overstap naar elektrisch nog even uitstellen. Dit noemen we het 'Havana-effect': oude auto's worden eindeloos opgelapt.
Tegelijkertijd staan autofabrikanten onder enorme druk. Ze moeten investeren in dure EV-techniek terwijl hun winstgevende brandstofmodellen uitgefaseerd worden. Voor de consument is het een periode van onzekerheid. Restwaarden van elektrische auto's stabiliseren gelukkig wel, mede dankzij betere garanties op accupakketten.
Een nieuwe realiteit voor de automobilist
Of je het nu leuk vindt of niet, betaalbaar autorijden krijgt een andere definitie. De komende jaren kun je prima blijven doorrijden in je vertrouwde benzinewagen, maar bereid je voor op stijgende kosten aan de pomp.
Voor wie nu voor de keuze staat: reken niet alleen met de aanschafprijs, maar kijk naar de 'Total Cost of Ownership'. Met ETS II in aantocht en steeds strengere milieuzones in steden, kan die iets duurdere elektrische occasion onderaan de streep weleens de enige logische financiële keuze worden. De tijd van goedkoop fossiel rijden ligt definitief in de achteruitkijkspiegel.
- Adobe Stock