De grote verdwijntruc
Je kent het beeld: de felle lichten van de autosalon, een glimmend gevaarte op een draaiend platform en een onthulling met bombastische muziek. Daar staat hij dan, de auto van de toekomst. Een auto die zo spectaculair is dat je hem direct zou kopen. Maar heb je je ooit afgevraagd waar die auto's blijven nadat de show is afgelopen? Het antwoord is pijnlijk en ontnuchterend. De meeste eindigen in de shredder.
Het is de grootste verdwijntruc van de auto-industrie. Een miljoenen kostende creatie wordt een paar weken lang aan de wereld getoond en verdwijnt daarna voorgoed. De harde realiteit is dat de meeste conceptcars ontworpen zijn met één eindbestemming: het autokerkhof. Ze zijn niet gemaakt om te rijden, maar om te slopen.
Een sculptuur op wielen
De belangrijkste reden hiervoor is dat een conceptcar geen échte auto is. Het is pure schone schijn, een sculptuur op wielen. Vergeet stalen chassis en kreukelzones. De carrosserie is vaak gemaakt van glasvezel, de ramen van plexiglas en het geheel wordt bij elkaar gehouden door superlijm en een frame van spaanplaat. Een PR-baas van Nissan gaf ooit toe dat veel van hun concepts letterlijk zouden smelten als je ze te lang in de zon laat staan.
Fabrikanten maken een strikt onderscheid tussen een ‘conceptcar’ en een ‘prototype’. Een prototype is een testmodel dat is gebouwd om duizenden kilometers af te leggen en crashtests te doorstaan. Het is de voorloper van een productiemodel. Een conceptcar is theater. Het is een driedimensionaal reclamebord, bedoeld om de aandacht te trekken en te peilen hoe het publiek reageert op nieuwe designideeën.
Juridische nachtmerrie
Naast hun breekbare constructie zijn er twee keiharde zakelijke redenen voor de vernietiging. Ten eerste zitten deze showmodellen bomvol intellectueel eigendom. De vormen, de gebruikte technieken en de ontwerplijnen zijn de toekomst van het merk. Fabrikanten zijn als de dood dat een concurrent zo’n auto in handen krijgt en de geheimen ontleedt. Vernietiging is de enige garantie dat dit niet gebeurt.
Ten tweede is er de aansprakelijkheid. Een conceptcar verkopen aan een klant zou een juridische nachtmerrie zijn. Het voertuig voldoet aan geen enkele veiligheidseis. Er zitten geen airbags in, de remmen zijn vaak ondermaats en de constructie is levensgevaarlijk bij een aanrijding. Een fabrikant kan het zich niet veroorloven dat zo'n rijdend risico ooit de openbare weg op gaat met hun logo erop. Ze verkopen je liever een veilige, goedgekeurde productieauto.
Zeldzame overlevers
Natuurlijk, een enkeling ontsnapt aan de shredder. Sommige iconische concepten belanden in het museum van het merk zelf of in een prestigieuze collectie zoals het Louwman Museum. Soms koopt een schatrijke sultan of de CEO van het bedrijf het model voor zijn privécollectie. Maar zelfs dan is er een addertje onder het gras.
Deze auto's worden verkocht met een keihard contract: ze mogen nooit, maar dan ook nooit, op de openbare weg worden geregistreerd. Rijden? Vergeet het maar. Het zijn en blijven kunstobjecten. Dus de volgende keer dat je op een autoshow staat te kwijlen bij een futuristisch meesterwerk, geniet ervan. Maar besef dat je waarschijnlijk kijkt naar een geest. Een prachtig, tijdelijk sprookje dat binnenkort plaatsmaakt voor de brute realiteit van de sloopkogel.
- Adobe Stock