'Ze lopen jaren op ons voor': 2.000 Chinezen ingevlogen om Europese batterijfabriek te redden

De Europese droom van een volledig onafhankelijke batterij-industrie vertoont barsten. Terwijl projecten als Northvolt wankelen, grijpt Stellantis in Spanje naar een radicaal redmiddel: duizenden Chinese experts die het komen voordoen.

'Ze lopen jaren op ons voor': 2.000 Chinezen ingevlogen om Europese batterijfabriek te redden

Een pijnlijke realiteit

Het rommelt in de Europese batterijwereld. De faillissementsaanvraag van het Zweedse Northvolt dreunt nog na en ook de joint venture ACC (van onder meer Mercedes en Stellantis) kampt met grote vertragingen. De conclusie is even hard als simpel: Europa heeft de kennis en de snelheid nog niet om op grote schaal goedkope batterijen te produceren.

In het Spaanse Figueruelas, vlak bij Zaragoza, wordt nu gestart met de bouw van een enorme nieuwe batterijfabriek. Het is een samenwerking tussen autogigant Stellantis en de Chinese marktleider CATL. Om te voorkomen dat dit project dezelfde vertragingen oploopt als andere Europese initiatieven, neemt CATL geen risico. Ze vliegen hun eigen mensen in.

'Kijken en leren'

Volgens persbureau Reuters komen er zo’n 2.000 Chinese werknemers naar Spanje om de fabriek uit de grond te stampen en op te starten. Dit zijn geen goedkope arbeidskrachten, maar gespecialiseerde technici en ingenieurs die precies weten hoe je een gigafactory bouwt.

De reactie van de lokale Spaanse autoriteiten en vakbonden is verrassend pragmatisch. In plaats van protest over het mislopen van banen tijdens de bouwfase, klinkt er berusting en bewondering. "We kennen deze technologie niet, we hebben deze componenten nooit eerder gemaakt," geeft David Romeral, directeur van de regionale auto-industriecluster, eerlijk toe. "Ze lopen jaren op ons voor. Het enige wat wij kunnen doen is toekijken en leren."

Ook de vakbonden steunen de zet. "Zij weten hoe je zo'n fabriek bouwt," stelt Jose Juan Arceiz van de vakbond UGT. Het doel heiligt de middelen: de fabriek moet eind 2026 operationeel zijn.

De switch naar LFP-batterijen

De fabriek gaat zich richten op LFP-cellen (Lithium-IJzer-Fosfaat). Dit is een cruciale strategische keuze. Veel Europese fabrikanten gokten aanvankelijk op NMC-batterijen (Nikkel-Mangaan-Kobalt). Die hebben een hogere energiedichtheid, maar zijn duurder en brandgevaarlijker.

De Chinezen hebben de afgelopen jaren de LFP-techniek geperfectioneerd: goedkoper, robuuster en steeds beter qua bereik. Deze batterijen zijn essentieel om elektrische auto's betaalbaar te maken voor het grote publiek. De cellen uit deze nieuwe fabriek zijn dan ook bestemd voor de compacte modellen van Stellantis die vlakbij worden geproduceerd, zoals de Peugeot e-208, de Opel Corsa Electric en de Lancia Ypsilon.

Banen voor de toekomst

Hoewel de startfase in Chinese handen ligt, is het de bedoeling dat de fabriek uiteindelijk door lokaal personeel wordt gerund. CATL heeft toegezegd dat er op termijn 3.000 Spaanse werknemers aan de slag kunnen, zodra de productie op stoom is en de kennis is overgedragen.

Het project vergt een investering van 4,1 miljard euro, waarvan de Europese Unie 300 miljoen euro bijdraagt. Het is een dure les voor Europa, maar wel een noodzakelijke stap om de elektrische auto eindelijk betaalbaar te maken.

Algemeen
  • Adobe Stock