De illusie van de cataloguswaarde
Het is de nachtmerrie van elke autobezitter. Je loopt 's ochtends naar buiten en ziet je trots op bakstenen staan. Je dure 20-inch lichtmetalen velgen zijn verdwenen. Of erger: je ruit ligt eruit en je zorgvuldig ingebouwde navigatiesysteem en audio-upgrade zijn met grof geweld uit het dashboard gesloopt.
Je eerste reactie is woede, gevolgd door een zucht van verlichting. Je bent immers goed verzekerd. Je belt de verzekeraar, doet aangifte en wacht op het geld om nieuwe spullen te bestellen. Maar dan komt de klap. De schade-expert kijkt niet naar wat jij hebt uitgegeven, maar naar hoe de auto de fabriek verliet. Voor de verzekeraar bestaat jouw auto uit de basisuitvoering plus de fabrieksopties. Alles wat jij of de vorige eigenaar daarna heeft toegevoegd, bestaat op papier simpelweg niet.
Het verschil tussen opties en accessoires
Hier gaat het vaak mis in de communicatie tussen petrolhead en verzekeraar. Er is een cruciaal verschil tussen fabrieksopties en accessoires. Fabrieksopties zitten op de auto als hij van de band rolt en zijn opgenomen in de oorspronkelijke cataloguswaarde (BPM-plichtig). Deze zijn standaard meeverzekerd.
Accessoires zijn zaken die later zijn gemonteerd. Dat setje breedset velgen, die dure wrap, de trekhaak, de chiptuning of die retrofit van een CarPlay-systeem. Als je deze zaken niet specifiek hebt aangemeld, vallen ze niet onder de dekking van je standaard polis. De verzekeraar keert bij diefstal van je aftermarket velgen van 3.000 euro dus exact nul euro uit voor die velgen. In het beste geval krijg je de dagwaarde van de standaard stalen velgen met wieldoppen die oorspronkelijk onder de auto hoorden.
De gratis dekking is een wassen neus
Veel verzekeraars schermen met termen als gratis accessoiredekking. Dat klinkt sympathiek, maar wie de voorwaarden leest, ziet vaak bedroevend lage bedragen. Vaak is er standaard tot 500 of 1.000 euro meeverzekerd. Voor een beetje liefhebber is dat wisselgeld.
Een serieus uitlaatsysteem of een setje kwaliteitsbanden en velgen gaat daar al drie keer overheen. Heb je voor 5.000 euro aan upgrades op je auto geschroefd en is er maar 1.000 euro gedekt? Dan draai je bij totaal verlies of diefstal zelf op voor die overige 4.000 euro. Dat is zuur geld dat je nooit meer terugziet.
Hoe voorkom je de financiële kater?
Gelukkig is dit scenario vrij eenvoudig te voorkomen, maar het vereist wel actie van jouw kant. Je moet je verzekeraar actief informeren. Bij het afsluiten van de polis, of direct na het monteren van de upgrades, moet je de waarde van de accessoires doorgeven.
In de meeste gevallen kun je het verzekerde bedrag voor accessoires tegen een kleine meerpremie verhogen. Bewaar ook altijd de aankoopnota's en maak foto's van de gemonteerde onderdelen. Bij unieke auto's of klassiekers waar de waarde niet in lijstjes te vangen is, is een officieel taxatierapport de enige waterdichte garantie. Een taxatie dwingt de verzekeraar om de vastgestelde waarde uit te keren, discussie gesloten.
Het kost je nu een paar tientjes extra per jaar en een telefoontje, maar het bespaart je duizenden euro's en een hoop frustratie op het moment dat het noodlot toeslaat.
- Adobe Stock