Kopersstaking in de showroom
Het klinkt zo mooi: de overheid trekt de portemonnee om de verkoop van elektrische auto's vlot te trekken. In Duitsland, de motor van de Europese auto-industrie, heeft de coalitie besloten om huishoudens met een middeninkomen te spekken met een aanschafpremie van 3.000 euro. Maar volgens Burkhard Weller, eigenaar van een van de grootste dealerholdings bij onze oosterburen, is het effect desastreus.
"Aangekondigde premies zijn de grootste flauwekul voor onze branche", foetert Weller in een interview met WirtschaftsWoche. Het gevolg is namelijk direct voelbaar: de consument gaat op zijn handen zitten. Iedereen die een EV overweegt, wacht nu tot de regeling definitief is. "Er stormt op dit moment niemand onze showrooms binnen. Integendeel, klanten houden de hand op de knip."
Cadeautjes voor de verkeerde mensen
Het plan richt zich op huishoudens met een belastbaar jaarinkomen tot 80.000 euro. Een nobel streven, maar volgens Weller totaal onrealistisch. "Mensen met lagere inkomens kopen geen auto van 35.000 tot 40.000 euro, ook niet als ze 3.000 euro korting krijgen," stelt de topman. Een elektrische auto blijft voor deze groep een te grote investering.
Volgens Weller zorgt de maatregel alleen maar voor 'meelifters': mensen die toch al een auto wilden kopen en nu een extraatje krijgen. "Het is een strovuurtje. Hierdoor gaat er geen enkele extra elektrische auto rijden." Bovendien straf je de pioniers: mensen die vroeg zijn ingestapt zonder subsidie, zien de restwaarde van hun auto direct dalen met het bedrag van de nieuwe premie.
Wat wél werkt: 'Laad-roaming'
Als geld strooien niet werkt, wat dan wel? Weller pleit voor een structurele oplossing bij de bron: de stroomprijs. Hij stelt een systeem voor dat lijkt op mobiele telefonie. "We hebben 'laad-roaming' nodig. Als EV-rijder heb je een vast tarief bij je aanbieder, en dat tarief betaal je overal. Of je nu thuis laadt of langs de Autobahn."
Nu worden rijders nog te vaak geconfronteerd met woekerprijzen van soms wel 86 cent per kilowattuur bij snelladers. "Als ik een elektrische auto koop, wil ik precies weten wat de gebruikskosten zijn. Dát trekt mensen over de streep, niet een eenmalige cheque."
Angst voor de batterij is ongegrond
Naast de prijzenoorlog speelt ook de angst voor tweedehands elektrische auto's nog altijd een rol. Een gebruikte EV staat bij Weller gemiddeld 60 dagen te koop, tegenover 44 dagen voor een benzineauto. De koper is bang voor een 'dode' accu. Onzin, zegt de dealer.
"Elke occasion heeft een batterijcertificaat. Ik ken geen enkel geval waarbij de capaciteit onder de kritische grens is gezakt," aldus Weller. De huidige accu's zijn veel robuuster dan gedacht. Hij kijkt bovendien uit naar de komst van de solid-state batterij (vastestofbatterij). "Die gaat zorgen voor een enorme sprong in actieradius en veel kortere laadtijden. De elektrische auto is echt niet meer weg te denken."
Chinese merken vullen het gat
Terwijl de Europese politiek worstelt met subsidies, vullen Chinese merken het gat aan de onderkant van de markt. Weller verkoopt sinds kort ook modellen van BYD en MG. Waar de gevestigde orde steken laat vallen qua prijs, scoren deze nieuwkomers.
"In de eerste twee weken verkochten we direct 25 BYD's, zonder enige reclame," vertelt hij. "Voor 30.000 euro heb je bij BYD een volwassen gezinsauto. Ter vergelijking: een elektrische Mini begint pas bóven die 30.000 euro." Het laat zien dat de consument wel degelijk elektrisch wil rijden, zolang de prijs-kwaliteitverhouding maar klopt – met of zonder staatssteun.
- Adobe Stock