De pijnlijke paradox
Je ziet ze steeds vaker rijden. De strakke Scandinavische lijnen van Polestar zijn inmiddels een vaste waarde in het straatbeeld. De cijfers van het derde kwartaal in 2025 lijken dat succes te bevestigen: de omzet steeg met 36 procent en er werden ruim 14.000 auto's afgeleverd.
Toch gaat de vlag niet uit op het hoofdkantoor. Onder de streep staat namelijk een bloedrood cijfer dat de enorme uitdagingen van de huidige automarkt blootlegt.
Waar lekt het geld weg?
Het merk noteerde een nettoverlies van maar liefst 365 miljoen dollar in één kwartaal. Dat is een harde klap die laat zien hoe meedogenloos de race naar elektrificatie is. De oorzaken zijn divers, maar vooral dalende restwaardes doen pijn.
Dit maakt leasemaatschappijen nerveus en zet de tarieven onder druk. Daarnaast vreten Amerikaanse importheffingen en de moordende prijzenoorlog met concurrenten als Tesla de marges volledig op.
Vlucht naar voren in Europa
De strategie wordt daarom drastisch omgegooid. De blik verschuift nadrukkelijk naar Europa, waar de vraag nog wel organisch groeit en importobstakels minder acuut zijn dan in de VS.
Polestar schaalt zijn ambities in Amerika en China tijdelijk terug om hier het distributienetwerk flink uit te breiden. Om de kosten verder te drukken, kruipt het merk nog dichter tegen moederbedrijf Geely aan. Door samen in te kopen en te ontwikkelen, moet de verlieslatende trend worden gekeerd.
Kunstgrepen op de beurs
Het vertrouwen van beleggers heeft een flinke deuk opgelopen. Om te voorkomen dat het aandeel van de Nasdaq wordt gegooid wegens een te lage koers, staat een zogeheten 'omgekeerde aandelensplitsing' op de planning.
Dit is een boekhoudkundige ingreep om de koers per aandeel kunstmatig te verhogen en zo aan de regels te blijven voldoen. De markt reageerde lauw op dit nieuws; beleggers willen eerst zwarte cijfers zien voordat het vertrouwen terugkeert.
Alles op alles voor 2026
Ondanks de financiële tegenwind blijven de plannen ambitieus. Polestar wil zijn verkoopnetwerk voor eind 2026 verdubbelen en extra inkomsten genereren met de verkoop van emissiekredieten aan vervuilende merken.
De weg naar winst is uitgestippeld, maar de tijd begint te dringen. Voor de Nederlandse rijder verandert er voorlopig weinig, behalve dat je waarschijnlijk meer showrooms zult zien verschijnen. Nu is het hopen dat de boekhouder het net zo lang volhoudt als de auto's zelf.
- Adobe Stock