Het lijkt wel alsof er twee werkelijkheden zijn in Duitsland. Wie naar de DAX kijkt, ziet groene cijfers en tevreden aandeelhouders. Maar wie verder kijkt dan de beursvloer, ziet een industrie die vecht voor zijn leven. Uit nieuwe, exclusieve cijfers in handen van het Duitse Handelsblatt blijkt dat de recessie in de industrie onverminderd doorgaat. En nergens is de pijn zo voelbaar als bij de autobouwers.
Auto-industrie hardst geraakt
Terwijl de Duitse industrie als geheel krimpt, incasseert de autosector de zwaarste klappen. In het derde kwartaal daalde de omzet van autofabrikanten met maar liefst 3,2 procent. "De industriële recessie houdt aan, een ommekeer is niet in zicht", stelt Jan Brorhilker van adviesbureau EY somber.
De gevolgen voor het personeel zijn desastreus. In één jaar tijd verdwenen er in de Duitse auto-industrie bijna 49.000 banen (-6,3%). Kijken we iets verder terug, naar het pre-coronajaar 2019, dan is het beeld nog schokkender: er zijn inmiddels 112.000 banen verdampt. Dat betekent dat één op de zeven banen in de Duitse autosector in zes jaar tijd is verdwenen.
De Amerikaanse nachtmerrie en de Chinese kater
De oorzaken van de crisis zijn divers, maar twee internationale markten springen eruit. Ten eerste de Verenigde Staten. De export naar de grootste economie ter wereld daalde in het derde kwartaal met 16 procent. De reden? De importtarieven die onder Donald Trump zijn ingevoerd en nu gemiddeld 15 procent bedragen. Hierdoor worden Duitse auto's in Amerika simpelweg te duur.
Daarnaast is er de 'Chinese kater'. Jarenlang was China de groeimotor voor merken als Volkswagen, BMW en Mercedes. Die motor is vastgelopen. De export naar China daalde met 8 procent. Waar China vijf jaar geleden nog de tweede belangrijkste exportmarkt was, bungelt het land nu op plek acht. Chinese consumenten kiezen steeds vaker voor eigen merken, en Europese fabrikanten hebben het nakijken.
Massaontslagen: VW en Bosch zetten het mes erin
De reactie van de concerns is hard: bezuinigen. En dat betekent dat het banenverlies in 2026 gewoon doorgaat. Volkswagen kondigde eerder al aan dat het tot 2030 maar liefst 35.000 banen wil schrappen op de Duitse locaties. Toeleverancier Bosch doet daar niet voor onder en wil 22.000 banen in de mobiliteitsdivisie wegstrepen.
De hoop op een snel herstel door investeringen van de Duitse overheid is vervlogen. "Van de hoop op een kortetermijffect is weinig meer over", aldus Brorhilker. Hoge energiekosten en bureaucratie maken produceren in Duitsland simpelweg te duur.
Vlucht naar voren: 'Made in USA'
Het gevolg is een pijnlijke trend: bedrijven vertrekken. Uit een enquête van brancheorganisatie BDI blijkt dat 68 procent van de industriële bedrijven overweegt om de productie geheel of gedeeltelijk te verplaatsen. De favoriete bestemming? De Verenigde Staten.
Daar is de energie goedkoper en het investeringsklimaat gunstiger. Het wrange voorbeeld is chemiegigant BASF, dat fabrieken in Duitsland sluit maar volop investeert in China en Amerika. Duitsland dreigt zichzelf zo te 'de-industrialiseren'.
Het enige lichtpuntje? Dat zijn wij
Is het dan alleen maar kommer en kwel? Niet helemaal. Er is één regio waar de Duitse export wél groeit: de eigen achtertuin. De export naar eurolanden steeg met 2,3 procent. Vooral Nederland (+8%) en Frankrijk (+6%) blijven gretig Duitse producten afnemen.
Kortere leveringsketens en handel zonder tarieven binnen Europa blijken een reddingsboei. Maar of dat genoeg is om de gigantische verliezen in de VS en China – en de massaontslagen bij Volkswagen en co. – op te vangen, is zeer de vraag.
- NL Beeld / DDP