De illusie van veiligheid
Je kent het ongetwijfeld. Je rijdt op een provinciale weg en plotseling duikt er een auto voor je op die consequent twintig kilometer onder de maximumsnelheid rijdt. Voor de bestuurder in kwestie is dit gedrag een overlevingsmechanisme.
In de psychologie staat dit bekend als 'vermijdingsgedrag' voortkomend uit rijangst. Het brein signaleert gevaar (snelheid, drukte) en probeert de controle terug te pakken door gas terug te nemen.
Het grote misverstand bij deze groep automobilisten is de gedachte: "Ik doe toch niets fout? Ik rij juist voorzichtig." Maar in het verkeer is voorspelbaarheid de heilige graal. Wie extreem langzaam rijdt of onverwacht remt, doorbreekt het verwachtingspatroon van medeweggebruikers. Dit creëert schrikreacties, irritatie en gevaarlijke inhaalmanoeuvres van anderen.
Het domino-effect van remlichten
Onderzoek naar verkeersstromen toont aan dat grote snelheidsverschillen (snelheidsvariantie) een van de grootste oorzaken van ongevallen zijn. Een auto die op de snelweg 80 rijdt terwijl de rest 100 of 120 rijdt, vormt een obstakel.
Het gevaar zit hem in het domino-effect. De auto direct achter de langzame rijder moet remmen. De auto daarachter moet harder remmen. Drie auto's verderop staat iemand bijna stil.
Dit fenomeen veroorzaakt de beruchte 'spookfiles' en kop-staartbotsingen. De langzame rijder heeft vaak geen idee van de chaos die hij in zijn binnenspiegel veroorzaakt en rijdt rustig verder, overtuigd van zijn eigen veilige rijstijl.
Levensgevaarlijk invoegen
Het meest kritieke punt voor mensen met rijangst is de invoegstrook. De angst om geen ruimte te krijgen zorgt ervoor dat deze bestuurders vaak aan het begin van de strook inhouden of zelfs stoppen.
Dit is een van de gevaarlijkste situaties op de weg. Een invoegstrook is een acceleratiestrook. Het doel is om exact dezelfde snelheid te bereiken als het verkeer op de hoofdrijbaan. Wie met 60 kilometer per uur probeert in te voegen tussen vrachtwagens die 90 rijden, dwingt achteropkomend verkeer tot noodstops of uitwijken naar de linkerbaan. Hier ontstaan de zware ongevallen, puur door een gebrek aan snelheid.
Ook te langzaam rijden is strafbaar
Veel mensen weten dat te hard rijden strafbaar is. Wat minder bekend is, is dat onnodig langzaam rijden ook juridische gevolgen kan hebben. De politie kan hiertegen optreden op basis van Artikel 5 van de Wegenverkeerswet (WVW).
Dit wetsartikel is de kapstok van de Nederlandse verkeerswetgeving. Het verbiedt weggebruikers om zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer wordt gehinderd.
Iemand die op een lege snelweg 70 rijdt en daarmee vrachtwagens dwingt tot inhalen, hindert het verkeer en brengt de veiligheid in gevaar. Een boete hiervoor is zeldzamer dan een snelheidsboete, maar zeker mogelijk als de agent oordeelt dat het gedrag buitensporig is.
Agressie als bijproduct
Hoewel agressie in het verkeer nooit goed te praten is, werkt extreem defensief rijgedrag als een rode lap op een stier. Het wekt frustratie op bij medeweggebruikers die zich opgehouden voelen. Dit leidt tot kleven, rechts inhalen en snijacties.
Voor de angstige rijder bevestigt dit gedrag hun wereldbeeld: "Zie je wel, het verkeer is agressief en gevaarlijk, ik moet nog voorzichtiger doen." Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin de angst toeneemt en de rijvaardigheid verder afneemt.
De oplossing ligt niet in langzamer rijden, maar in het aanpakken van de angst via opfriscursussen of rijangstbegeleiding. Want in het moderne verkeer is vlot en voorspelbaar rijden de enige écht veilige optie.
- NL Beeld / Regiofotografie