Het einde van de goedkope vakantie
Kamperen staat synoniem voor vrijheid. Gaan en staan waar je wilt, met je eigen huis op wielen. Maar die vrijheid krijgt per 1 januari 2026 een peperduur prijskaartje. De overheid heeft besloten dat het feest wel lang genoeg heeft geduurd en schaft het kwarttarief voor de motorrijtuigenbelasting af. In plaats daarvan ga je het halftarief betalen.
Dat klinkt misschien als een ambtelijke wijziging in de marge, maar de financiële gevolgen zijn desastreus voor de gemiddelde camperaar. Omdat campers door hun inbouw en chassis loodzwaar zijn en vaak op diesel rijden, vallen ze in de hoogste belastingschalen. Een verdubbeling van het tarief betekent in de praktijk dat je honderden euro's per kwartaal extra mag aftikken aan de fiscus.
De keiharde cijfers
Laten we de pijn even concreet maken. Een gemiddelde buscamper op basis van een Fiat Ducato weegt al snel 2.900 kilo. Momenteel betaal je daarvoor zo'n 258 euro per kwartaal. Vanaf 2026 schiet dat bedrag omhoog, waardoor je op jaarbasis ruim 1.000 euro extra kwijt bent. En dat is nog het gunstige scenario.
Heb je een luxere halfintegraal of een rijdend kasteel in de vorm van een integraalcamper? Dan wordt het pas echt huilen. Een integraalcamper van 3.400 kilo gaat je straks bijna 1.300 euro per jaar extra kosten. Dat is geld dat je liever aan diesel of een mooie camping in Zuid-Italië had uitgegeven. De overheid ziet de camperaar blijkbaar als een wandelende (of rijdende) pinautomaat.
De truc die de fiscus niet leuk vindt
Toch is er een manier om deze belastingexplosie te ontwijken. Het sleutelwoord is schorsen. Veel campers staan het grootste deel van het jaar stil in een stalling. Het is oliedom om in die maanden wegenbelasting te blijven betalen.
Door het kenteken bij de RDW te schorsen, stopt de belastingplicht direct. Voor een camper jonger dan 15 jaar kost dit grapje eenmalig 88,05 euro. Is je kampeerwagen ouder dan 15 jaar, dan ben je voor nog geen drie tientjes klaar. Aangezien de wegenbelasting straks de pan uit rijst, heb je deze kosten er vaak al binnen één maand uit. Het is even een administratieve handeling, maar het bespaart je op jaarbasis duizenden euro's. Je mag dan niet de weg op, maar als de camper toch in de stalling staat, is dat geen enkel probleem.
De oldtimer-route voor de waaghalzen
Wie echt lak heeft aan de blauwe envelop, kan nog radicaler te werk gaan. Campers van 40 jaar of ouder zijn namelijk volledig vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Het maakt daarbij niet uit of het beestje op diesel, benzine of lpg rijdt. Je betaalt helemaal niets.
Het klinkt als het ultieme walhalla: een klassieke Mercedes-bus of een oude Volkswagen LT kopen en lachend langs de brievenbus lopen. Maar er zit een addertje onder het gras. Een camper van vier decennia oud vraagt om technische liefde en devotie. Wat je bespaart aan belasting, geef je vaak dubbel uit aan onderhoud en reparaties. Bovendien moet je geen haast hebben; met de beperkte pk's van toen is een heuvel op de snelweg al een dagtaak.
Nu toeslaan of bloeden
Voor wie de oldtimer-route overweegt is haast geboden. De regels voor klassiekers worden steeds verder dichtgetimmerd en na 2028 komen er waarschijnlijk geen nieuwe belastingvrije gevallen meer bij.
Voor de rest van camperrijdend Nederland is de boodschap duidelijk: wees alert. De overheid pakt in 2026 hardhandig je portemonnee, maar wie slim omgaat met schorsingen kan de schade beperken. Doe je niets, dan financier je onbedoeld de staatskas met je vakantiegeld.
- Adobe Stock