Brit laat jarenlang een wrak op zijn oprit wegrotten, maar ontdekt na 40 jaar dat het een van de zeldzaamste auto's op aarde is

Het klinkt als een broodjeaapverhaal, maar voor John Williams uit Wales is het de bizarre realiteit. Jarenlang liet hij een oud autowrak wegrotten in de regen, terwijl buurtkinderen het gebruikten als speeltoestel. Pas later bleek dat hij op een goudmijn zat die zijn weerga niet kent.

Brit laat jarenlang een wrak op zijn oprit wegrotten, maar ontdekt na 40 jaar dat het een van de zeldzaamste auto's op aarde is

Een peperduur klimrek

Als je in de afgelopen decennia door de straten van Mold in Wales liep, had je niet verwacht dat daar een stuk pure autogeschiedenis lag te vergaan. John kocht de auto in 1973 voor een bedrag waar je nu nog geen fatsoenlijke elektrische fiets voor haalt: 985 pond. Omgerekend naar de huidige waarde is dat zo'n 18.000 euro. Een koopje voor wat het was.

Hij reed er een paar jaar met volle teugen mee, maar zoals dat gaat kwam het echte leven ertussen. Een baan in het Midden-Oosten in 1977 en een groeiend gezin zorgden ervoor dat de prioriteiten verschoven. De Britse sportwagen werd geparkeerd op de oprit en daar bleef hij staan. Niet voor even, maar voor tientallen jaren.

De ooit zo chique lak veranderde in een canvas van mos en roest. Het werd zelfs zo erg dat de lokale jeugd de auto adopteerde als speelplaats. Ze sprongen op de motorkap en gebruikten het dak als trampoline. Een van de kinderen presteerde het zelfs om op de uitlaat te gaan staan te balanceren tot deze afbrak. John en zijn vrouw Susan jaagden ze wel eens weg, maar hadden geen idee dat de schade die de kinderen aanrichtten, opliep in de tienduizenden euro's.

De heilige graal onder het mos

Wat niemand in de straat besefte, was dat dit wrak niet zomaar een oude auto was. Het ging om een Aston Martin DB5, het model dat onsterfelijk werd gemaakt door Sean Connery in de James Bond-films Goldfinger en Thunderball. Maar waar de 'gewone' DB5 al een kapitaal waard is, was dit specifieke exemplaar nog veel specialer.

Onder de dikke laag vuil schuilde een originele DB5 Vantage. Van de 1.022 DB5's die Aston Martin tussen 1963 en 1965 bouwde, verlieten slechts 39 exemplaren de fabriek met deze exacte specificaties: het stuur rechts, de krachtigere Vantage-motor en de iconische Bond-kleur Silver Birch. Ook de historie bleek bijzonder: de eerste eigenaar woonde op het exclusieve landgoed St George's Hill, waar in die tijd ook Beatles-leden John Lennon en Ringo Starr woonden. John had dus geen oud ijzer op zijn oprit staan, maar een lot uit de loterij.

De gok van 400.000 pond

Toen de ernst van de situatie en de potentie van de auto doordrongen, stonden John en Susan voor een duivels dilemma. Zelfs in deze deplorabele staat, vol gaten en met de natuur die het interieur had overgenomen, taxeerde Aston Martin het wrak op 500.000 pond. Ze konden cashen en rijk met pensioen gaan zonder er nog iets aan te doen.

Toch was het Susan die de doorslag gaf met een nuchtere constatering: "Je zult nooit meer zo'n auto kunnen kopen. We houden hem." Wat volgde was een financieel waagstuk. Het echtpaar moest jarenlang sparen en opofferingen doen om de benodigde 400.000 pond voor de restauratie bij elkaar te krijgen.

Een wedergeboorte in de fabriek

De auto werd gebracht naar de plek waar hij ooit geboren was: de Aston Martin Works in Newport Pagnell. De experts daar stonden voor een enorme uitdaging. Voordat ze ook maar een moersleutel konden pakken, moesten ze eerst de ongewenste bewoners uit de auto verwijderen: in het dashboard hadden muizen een enorm nest gebouwd.

Het restauratieproces duurde maar liefst drie jaar. Meer dan 2.500 manuren gingen erin zitten om de auto van de sloop te redden. Elk paneel werd met de hand geklopt en het verrotte chassis werd vakkundig hersteld. Het doel was niet alleen om hem weer rijdend te krijgen, maar om hem beter te maken dan hij in 1965 de fabriek verliet.

Eind goed, al goed

De investering bleek geen weggegooid geld. Nu de auto in volle glorie is hersteld, wordt de waarde geschat op meer dan 1 miljoen pond (1,2 miljoen euro). De auto die jarenlang dienst deed als het duurste klimrek van Wales, is nu een museumstuk.

John heeft er na meer dan 45 jaar eindelijk weer in gereden en voelde zich naar eigen zeggen weer 27. Hoewel de waarde astronomisch is, is hij niet van plan hem in een kluis te zetten. Hij wil rijden. Al is hij wel iets voorzichtiger geworden: de auto blijft voortaan binnen als het regent en de buurtkinderen kunnen beter een andere speelplek zoeken.

Achtergrond