Het begin van een tijdperk
Het is moeilijk voor te stellen, maar er was een tijd dat een sedan gewoon drie duidelijke vakken had: motor, cabine en kofferbak. Tot Mercedes-Benz in 2004 met de CLS (bouwserie C219) kwam.
Een auto die de praktische bruikbaarheid van een E-Klasse combineerde met de daklijn van een sportwagen. Critici noemden het destijds een gok, maar het bleek een meesterzet die het ietwat stoffige imago van het merk in één klap afschudde.
Nu, twintig jaar later, erkent Mercedes-Benz de status van dit model officieel. In het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart is een speciale tentoonstelling geopend rondom 'Youngtimers', en de hoofdrol is weggelegd voor een heel specifieke CLS 350 CGI. Dit is niet zomaar een productie-exemplaar, maar de auto die in 2006 schitterde op de Autosalon van Genève.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FE7Fgi7TfpAH26n1764847237.jpg)
De lak die je nooit kon bestellen
Wat dit exemplaar zo bijzonder maakt, zie je direct aan de buitenkant. De auto lijkt stilstaand al te bewegen. Dit effect komt door de lak met de naam ‘Satin alubeam silver’. Deze kleur werd exclusief gemengd voor de beursauto’s van 2006 en was voor klanten helaas nooit te bestellen.
De lak heeft een extreem diepe glans en lijkt op vloeibaar metaal, waardoor de glooiende lijnen van de vierdeurscoupé extra goed uitkomen. Het geheel wordt afgemaakt met 19-inch meerspaaks velgen die de wielkasten perfect vullen. Het laat zien dat designers bij showmodellen net iets meer vrijheid hebben dan bij de uiteindelijke productieversies.
Een tijdmachine van nappaleer
Ook het interieur van dit museumstuk is van een niveau dat je zelden ziet in een standaard E-Klasse uit die tijd. Wie het portier opent, ruikt volgens de museumconservatoren nog steeds de geur van nieuw leer, zelfs na bijna twintig jaar.
De cabine is afgewerkt met semi-aniline nappaleer in een zwart-antraciet tint, gecombineerd met klassiek notenhout. Het moest in 2006 de perfecte balans uitstralen tussen sportiviteit en het traditionele Mercedes-comfort. Het is een tastbaar bewijs van de periode waarin Mercedes besloot dat design weer een koopargument mocht zijn, in plaats van enkel degelijkheid.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FVXV3fM8THur9H91764847263.jpg)
De techniek achter de schoonheid
Hoewel de CLS vooral bekendstaat om zijn uiterlijk, had dit specifieke model in Genève ook een technisch doel. De typeaanduiding ‘350 CGI’ stond voor de introductie van een nieuwe generatie benzinemotoren. CGI staat voor ‘Charged Gasoline Injection’, een techniek voor directe inspuiting die moest zorgen voor meer vermogen en een lager verbruik.
Onder de lange motorkap ligt een 3,5-liter V6 die 292 pk levert. De topsnelheid is, zoals goed Duits gebruik betaamt, begrensd op 250 kilometer per uur. Na de beurs in Genève ging deze motor daadwerkelijk in productie en werd de CLS 350 CGI gebouwd tot 2010.
Nog tot 2026 te zien
Wie dit stukje autogeschiedenis in het echt wil zien, moet naar Stuttgart. De CLS is onderdeel van de tentoonstelling ‘Youngtimer’ in het Mercedes-Benz Museum. De expositie toont tien iconische auto’s uit de jaren 90 en 00, de periode waarin het merk een verjongingskuur onderging.
De tentoonstelling loopt nog tot 12 april 2026. Voor de liefhebber van modern klassiekers is dit een uitgelezen kans om te zien hoe de ‘bananen-Benz’ een designicoon werd.
- Mercedes-Benz Media / Classic Pressroom