De techniek achter de Trabant keert terug, maar totaal anders dan je zou verwachten

Wie aan tweetakt denkt, ruikt direct de zoete walm van mengsmering of ziet een blauwe wolk achter een pruttelende Trabant hangen. Het leek techniek voor het museum, vakkundig de nek omgedraaid door emissie-eisen. Maar in Amerika gebeurt nu het ondenkbare. General Motors stoft het concept af en lost eindelijk dat ene fatale probleem op.

De techniek achter de Trabant keert terug, maar totaal anders dan je zou verwachten

Terug van weggeweest

Het geluid is onmiskenbaar en de geur roept bij velen herinneringen op aan sleutelen in de schuur. De tweetaktmotor heeft een legendarische maar ook ronduit smerige reputatie. De techniek is briljant in zijn eenvoud. Er zijn weinig bewegende delen en elke neergaande slag is een arbeidsslag. Dat betekent veel vermogen uit een klein blokje.

In het tijdperk van Euro-normen en CO2-doelstellingen leek het lot van de tweetakt echter bezegeld. Het concept was simpelweg te vies om te overleven. Althans dat dachten we. In de ontwikkelingskamers van General Motors is namelijk een vinding opgedoken die alles wat we dachten te weten over deze afgeschreven motor onderuit haalt.

De fatale weeffout

Om te begrijpen waarom de vinding van GM zo revolutionair is, moet je eerst snappen waarom de tweetaktmotor eigenlijk verdween. Het probleem zit hem in de inefficiëntie tijdens het spoelen. Bij een klassieke tweetakt staan op een bepaald moment de inlaatpoort en de uitlaatpoort tegelijkertijd open.

Het gevolg is desastreus voor het rendement. Een deel van je verse en dure brandstofmengsel vliegt onverbrand direct de uitlaat in. Dit gebeurt nog voordat de bougie kan vonken. Dit zorgt voor drie dingen: een hoog verbruik, die iconische blauwe walm en een uitstoot waar je u tegen zegt. Jarenlang probeerden ingenieurs dit op te lossen met directe injectie, maar de basis bleef lek. Tot nu.

De hightech oplossing

De Amerikanen hebben de vaste poorten in de cilinderwand vervangen door een complex en beweegbaar hulselement. De tekeningen tonen dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan.

Zie het als een hightech schuifdeur die tussen de zuiger en de cilinderwand zit. Deze huls beweegt mee met het ritme van de motor maar kan onafhankelijk worden aangestuurd. Het systeem dekt de poorten fysiek af op het moment dat er brandstof zou weglekken. De implicaties hiervan zijn enorm. GM elimineert hiermee in één klap de lekkage van de tweetakt. Er verdwijnt geen onverbrande benzine meer in de uitlaat en de smering is veel beter te controleren.

Waarom investeren in oude techniek?

Je vraagt je misschien af waarom een gigant als GM miljoenen investeert in de techniek van een brommer terwijl ze vol inzetten op elektrisch rijden. Het antwoord is verrassend logisch. De elektrische auto heeft een probleem. Accu's zijn zwaar en duur.

De tweetaktmotor van de toekomst is waarschijnlijk niet bedoeld om de wielen van een nieuwe Corvette direct aan te drijven. GM kijkt naar de perfecte range extender. Tweetaktmotoren zijn per definitie lichter en compacter dan viertaktmotoren omdat ze geen ingewikkelde kleppenmechanismes of zware nokkenassen nodig hebben.

Doordat ze elke omwenteling vermogen leveren kan een heel klein blokje genoeg stroom opwekken om een accupakket bij te laden. Stel je een compacte generator voor die op een constant toerental draait en extreem efficiënt omgaat met brandstof. Dat is de heilige graal voor hybride-toepassingen. Het zou zomaar kunnen dat de techniek van je eerste brommer straks de drijvende kracht is achter je volgende hightech auto.

Achtergrond