Fiat Argenta: de auto die bewees dat je van zilver geen goud kunt maken

Wie aan Fiat denkt ziet direct de succesnummers voor zich. De oer-500, de onverwoestbare Panda of de revolutionaire Uno. De fabrikant uit Turijn is heer en meester in het bouwen van compacte auto's voor het volk. Maar zodra het merk probeert mee te spelen in de luxe klasse van Mercedes en BMW gaat het vaak mis. De Fiat Argenta is daarvan het pijnlijkste bewijs.

Fiat Argenta: de auto die bewees dat je van oud ijzer geen goud kunt maken

Een luie oplossing voor een duur probleem

Het is begin jaren tachtig. Fiat heeft al zijn geld en energie gestoken in de ontwikkeling van de Fiat Uno. Dit is de auto die het bedrijf moet redden van de ondergang. Er is echter één groot probleem.

Het merk heeft ook een vlaggenschip nodig in het hogere segment om directeuren en notabelen te vervoeren. Het budget is op maar de ambitie is groot.

De oplossing van de boekhouders was even simpel als lui. Ze namen de Fiat 132 die op dat moment al tien jaar oud was en gaven hem een extreme make-over. Het resultaat kreeg de naam Argenta. De naam is afgeleid van het Latijnse woord voor zilver, maar in de praktijk bleek het onmogelijk om van dit oud ijzer goud te maken.

Jaren zeventig techniek in een jaren tachtig jasje

De ingenieurs deden hun best om de stokoude basis te verhullen. De auto kreeg grote rechthoekige koplampen, dikke plastic bumpers en brede stootstrips op de flanken.

Het was de mode van de jaren tachtig geplakt op een koetswerk uit de jaren zeventig. Een grappig detail voor de kenners was dat ze de deurgrepen van de oude 132 gewoon hadden omgedraaid: wat links zat ging naar rechts en vice versa.

Vanbinnen werd er gestrooid met luxe stoffen, elektrische ramen en een vernieuwd dashboard met een futuristisch controlepaneel vol lampjes. De cosmetische ingrepen konden de waarheid echter niet verbergen.

De Argenta was bij zijn lancering in 1981 al hopeloos verouderd. De auto stond op een archaïsch onderstel dat totaal niet meer mee kon komen met de concurrentie.

Glibberen en glijden

De rijeigenschappen waren ronduit matig. De autopers was vernietigend over de wegligging en dan vooral als het regende. De combinatie van een starre achteras, achterwielaandrijving en een verouderd onderstel maakte de Argenta listig op nat asfalt. Terwijl Mercedes en BMW investeerden in geavanceerde onafhankelijke wielophangingen hobbelde de Fiat er letterlijk en figuurlijk achteraan.

Ook de motoren waren geen wonder van efficiëntie. Ze zopen benzine alsof het gratis was zonder daar indrukwekkende prestaties tegenover te stellen.

Pas in een later stadium kwam Fiat met een lichtpuntje in de vorm van de Turbodiesel en de zeldzame Volumex met compressor. Die laatste leverde 135 pk. Dat was voor die tijd serieus snel maar het was te weinig en te laat om het imago te redden.

Het einde van een tijdperk

De Argenta draagt nog wel een bijzondere titel met zich mee. Het is de laatste massa-geproduceerde Fiat-sedan met achterwielaandrijving tot de komst van de 124 Spider in 2016.

Na de Argenta gooide Fiat het roer om en kwam de Croma. Deze auto was samen met Saab en Alfa Romeo ontwikkeld en had gewoon voorwielaandrijving.

De Argenta verdween in 1985 roemloos van het toneel. Het was een auto die vernoemd was naar Argenta Campello, de dochter van Maria Sole Agnelli. Zelfs die chique connectie kon de auto niet redden.

Tegenwoordig is het een zeldzame verschijning. Niet omdat ze zo exclusief waren maar omdat de meeste exemplaren al lang zijn weggeroest of gesloopt. Het zilverwerk bleek uiteindelijk gewoon roestend blik.

Achtergrond