Korting in de showroom
Laten we eerlijk zijn. Auto's zijn de afgelopen jaren schreeuwend duur geworden. Door de strenge milieueisen van de vorige regering waren fabrikanten verplicht om kostbare technologie in hun auto's te stoppen.
Hybride-systemen, turbo's en complexe filters waren nodig om het verbruik te drukken. Die ontwikkelingskosten werden één-op-één doorberekend aan de klant.
Het nieuwe voorstel uit Washington zet een dikke streep door die verplichting. Fabrikanten als Ford, GM en Stellantis hoeven niet meer elk jaar miljoenen te investeren in zuinigere motoren. De overheid heeft berekend dat dit voordeel direct terugvloeit naar de koper.
De gemiddelde aanschafprijs daalt met zo'n 900 dollar. Voor de consument die gewoon een betaalbare auto zoekt en niets heeft met dure EV-techniek lijkt dit een klinkende overwinning. Je rijdt goedkoper de showroom uit.
De winst verdampt bij de pomp
Toch is het juichen van korte duur. De overheid geeft je die 900 dollar korting niet zomaar. In ruil daarvoor krijg je een auto met verouderde techniek die aanzienlijk meer dorst heeft dan oorspronkelijk de bedoeling was.
De lat voor het gemiddelde brandstofverbruik wordt drastisch verlaagd. Waar de auto's in 2031 eigenlijk 50 mijl per gallon moesten rijden, ligt de nieuwe grens op een magere 34,5 mijl per gallon.
Analisten hebben de som gemaakt en de uitkomst is pijnlijk. De extra brandstofkosten die je maakt met deze onzuinigere auto's lopen al snel op tot honderden dollars per jaar. Binnen twee of drie jaar is je voordeel uit de showroom volledig verdampt in de tank.
De rest van de levensduur van de auto ben je simpelweg duurder uit. Je financiert je eigen korting met rente via de benzinepomp. Het is een verkapte lening die je afsluit bij de oliemaatschappij.
Een aanval op de elektrische schatkist
Er speelt echter nog een veel dieper politiek spel op de achtergrond. Het nieuwe plan is niet alleen een cadeau aan de olie-industrie, maar ook een directe aanval op merken die uitsluitend elektrische auto's bouwen.
Tot nu toe bestond er een lucratieve handel in emissierechten. Fabrikanten die onzuinige auto's bouwden (zoals Stellantis en Ford) moesten voor miljoenen aan 'credits' kopen bij schone merken zoals Tesla en Rivian om boetes te ontlopen.
Het nieuwe voorstel wil deze handel in lucht vanaf 2028 aan banden leggen. Dit raakt Tesla direct in de portemonnee. Het bedrijf van Elon Musk verdiende miljarden met het verkopen van deze credits aan de concurrentie. Door de regels te versoepelen is die inkomstenbron straks niets meer waard.
De traditionele merken in Detroit lachen in hun vuistje: ze hoeven niet meer te betalen aan de concurrent en kunnen hun oude V8-motoren blijven bouwen.
Een eiland van benzineslurpers
Met deze maatregel isoleert de Amerikaanse markt zich steeds verder van de rest van de wereld. Terwijl Europa en China vol inzetten op elektrificatie en efficiëntie, kiest de VS voor goedkope maar dorstige paardenkrachten. De consument wordt gelokt met een lagere stickerprijs maar houdt de fossiele industrie in leven met elke tankbeurt.
Het is een briljante marketingtruc. Je denkt dat je bespaart bij de aankoop, maar uiteindelijk ben je de melkkoe die de oude industrie overeind houdt.
- Adobe Stock / jetcityimage