De Duitse smeekbede
De sfeer in Berlijn is om te snijden. De Duitse auto-industrie wankelt, fabrieken dreigen te sluiten en de verkoop van elektrische auto's stagneert. In een poging het tij te keren, voert bondskanselier Friedrich Merz de druk op Brussel maximaal op. In een dringende brief aan Ursula von der Leyen eist hij dat het harde verbod op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto's per 2035 van tafel gaat.
Volgens de Duitsers is de consument er nog niet klaar voor en hebben merken als Volkswagen en BMW meer ademruimte nodig om te overleven. Ze pleiten voor een technologie-neutrale aanpak, wat in de praktijk betekent dat ze langer door willen gaan met hybrides en efficiënte brandstofmotoren.
Het klinkt als een logische noodgreep voor een sector in ademnood. Toch klinkt vanuit Gothenburg een heel ander geluid. Håkan Samuelsson van Volvo en Michael Lohscheller van Polestar nemen het op tegen deze angstcultuur. In een exclusief interview met The Guardian waarschuwen ze dat het pauzeren van de transitie de domste zet is die Europa nu kan doen.
Een Duitser valt zijn thuisland af
Vooral de kritiek van Michael Lohscheller komt hard aan. Hij is zelf Duitser, voormalig baas van Opel en kent de Duitse bestuurskamers van binnenuit. Toch spaart hij zijn landgenoten in het interview niet. Volgens de Polestar-topman lijdt Duitsland aan een gevaarlijke obsessie met het verdedigen van het verleden, in plaats van te kijken naar de toekomst.
Hij gebruikt daarbij een treffende sportmetafoor. Lohscheller is een fervent marathonloper en stelt simpel: als de training zwaar wordt, besluit je ook niet ineens om maar een halve marathon te lopen. Je zet door. Zijn waarschuwing is glashelder. De Chinezen pauzeren niet.
Als Brussel nu toegeeft aan de Duitse lobby en de regels vijf jaar opschuift, geven we onze technologische voorsprong vrijwillig weg. We gunnen de Chinese merken dan de tijd om hun dominantie definitief te vestigen, terwijl Europese fabrikanten lui achterover leunen in plaats van te innoveren.
De gordel als breekijzer
Volvo-baas Samuelsson gooit er in de Britse krant nog een schepje bovenop met een pijnlijke historische vergelijking. Hij stelt dat de auto-industrie altijd protesteert tegen vooruitgang en regelgeving. Als de overheid vijftig jaar geleden de autogordel en de katalysator niet verplicht had gesteld, reden we volgens hem nu nog steeds zonder rond. De industrie innoveert blijkbaar alleen onder dwang.
Volgens Samuelsson zijn de excuses over consumenten die niet willen ook achterhaald. De drie grote drempels waren altijd actieradius, laadtijd en prijs. Met auto's die inmiddels enorme afstanden afleggen en laadtijden die krimpen tot een kwartiertje (precies genoeg voor een kop koffie en een plaspauze) zijn de technische hordes genomen. Het probleem is volgens hem niet de techniek, maar de twijfel die de politiek zaait door constant over uitstel te praten.
Het paard van Troje
Het argument dat importheffingen de Europese merken wel zullen beschermen tegen de Chinese vloedgolf, vegen de heren ook resoluut van tafel. Hoge tarieven houden merken als BYD of MG niet tegen. Die bouwen hun fabrieken straks gewoon binnen de Europese grenzen, in landen als Hongarije, Slowakije of Roemenië waar de lonen lager liggen.
Je houdt ze niet buiten de deur met papieren muren. Je moet ze verslaan door betere auto's te bouwen. De strijdlijnen zijn getrokken. Aan de ene kant de Duitse kolossen die krampachtig vasthouden aan wat was, aan de andere kant de Zweedse uitdagers die vol inzetten op wat komt.
Als Brussel buigt voor de Duitse lobby lijkt de korte termijn gered, maar volgens deze topmannen tekenen we daarmee direct het overlijdensbericht van de Europese auto-industrie op de lange termijn.
- Adobe Stock