De charme van het koekblik
Tijdens een persconferentie gooide Trump het idee in de groep. Hij had in het buitenland de zogeheten Kei cars gezien en vond ze naar eigen zeggen schattig. Voor de mensen die niet bekend zijn met dit Japanse fenomeen: Kei cars zijn een specifieke klasse voertuigen die aan strikte maximale afmetingen moeten voldoen.
Ze mogen niet langer zijn dan 3,40 meter en de motor mag maximaal 64 pk leveren. In de overvolle straten van Tokio zijn ze een uitkomst. Ze zijn goedkoop, zuinig en makkelijk te parkeren.
Trump ziet hierin de oplossing voor de inflatie en de hoge autoprijzen. Een nieuwe auto kost in de Verenigde Staten al snel 40.000 dollar. Een Japanse Kei car koop je voor omgerekend 8.000 tot 15.000 dollar.
De president heeft zijn minister van Transport, Sean Duffy, daarom direct opdracht gegeven om te kijken of de strenge Amerikaanse veiligheidseisen van tafel kunnen om deze auto's toe te laten. Sterker nog: hij wil dat ze in Amerika geproduceerd gaan worden.
Waarom Amerikanen dit niet willen
Het klinkt als een nobel streven om mobiliteit weer betaalbaar te maken. Maar er is één gigantisch obstakel dat Trump over het hoofd ziet: de Amerikaanse consument. De gemiddelde Amerikaan heeft een fundamentele hekel aan kleine auto's.
De verkoopcijfers liegen niet. Modellen als de Fiat 500, de Smart Fortwo en de Mitsubishi Mirage zijn in de VS genadeloos geflopt of leiden een marginaal bestaan in de verkoopstatistieken.
In een land waar de Ford F-150, de Chevrolet Silverado en de Tesla Cybertruck de dienst uitmaken, is een auto van nog geen 700 kilo geen vervoersmiddel maar een doodskist op wielen. De wegen zijn breed, de afstanden zijn enorm en de mentaliteit is bigger is better. Het idee dat een texaan zijn enorme pick-up inruilt voor een Daihatsu met kruiwagenwieltjes is lachwekkend.
Levensgevaarlijk op de Interstate
Naast het gebrek aan interesse is er het veiligheidsaspect. De Amerikaanse snelwegen zijn ingericht op hoge snelheden en zwaar verkeer. In Texas mag je op sommige wegen 137 kilometer per uur rijden. Een Kei car is begrensd op 140 kilometer per uur, maar dat is plankgas met de wind in de rug. In de praktijk is invoegen met 64 pk terwijl er een truck van drie ton met 130 per uur aan komt denderen een recept voor een ramp.
Om deze auto's veilig te maken voor Amerikaanse begrippen zouden ze voorzien moeten worden van zware kreukelzones, extra airbags en stevigere bumpers. Maar zodra je dat doet, gaat het gewicht omhoog, de prijs omhoog en is het hele voordeel van de goedkope Kei car verdwenen.
Fabrieken bouwen voor niemand
Trump stelt als voorwaarde dat deze auto's in Amerika gebouwd moeten worden. Dat klinkt leuk voor de werkgelegenheid, maar geen enkele fabrikant gaat miljarden investeren in een productielijn voor een auto die niemand wil hebben.
Ford verkoopt in eigen land alleen nog maar de Mustang als personenauto; de rest van het gamma bestaat uit SUV's en trucks. Dat doen ze niet omdat ze een hekel hebben aan kleine auto's, maar omdat er geen droog brood mee te verdienen is.
Er is wel een kleine niche van liefhebbers die oude Japanse mini-trucks importeren voor gebruik op de boerderij of in de stad. Maar dat is hobbyisme. De kans dat de massa overstapt is nihil. Donald Trump mag de Japanse dwergauto's dan schattig vinden, de kans dat ze de Amerikaanse highways gaan overnemen is net zo klein als de auto's zelf.
- Adobe Stock