Historische klap: winst van BMW, Mercedes en VW verdampt tot laagste punt sinds 2009

De motor van de Europese economie sputtert niet alleen, hij staat op het punt vast te lopen. De Duitse auto-industrie beleeft zijn donkerste dagen sinds de financiële crisis van 2009. Terwijl de omzet nog redelijk op peil blijft, is de winstgevendheid van de grote drie – Volkswagen, BMW en Mercedes – in één kwartaal tijd vrijwel volledig verdampt.

Historische klap: winst van BMW, Mercedes en VW verdampt tot laagste punt sinds 2009

Een financiële vrije val

Het derde kwartaal van 2025 gaat de boeken in als een absoluut rampkwartaal voor onze oosterburen. Gezamenlijk zagen de Duitse autogiganten hun operationele winst (EBIT) met maar liefst 76 procent instorten. Wat overblijft is een schamele 1,7 miljard euro voor drie wereldconcerns samen. Volgens analisten van EY moeten we terug naar het dieptepunt van de bankencrisis in 2009 om zulke slechte cijfers te vinden.

Geen enkel ander groot autoland presteert momenteel zo zwak als Duitsland. Hoewel de wereldwijde auto-industrie in zwaar weer verkeert – de winst van de negentien grootste fabrikanten daalde wereldwijd met 37 procent – krijgen de Duitsers de hardste klappen. Het is een keiharde reality-check voor merken die jarenlang gewend waren aan record op record.

De 'Perfecte Storm'

Volgens auto-experts is er sprake van een 'perfecte storm'. Alles wat tegen kan zitten, zit ook tegen. De verkoop in het lucratieve premiumsegment stagneert, importtarieven in de VS dreigen de export te smoren en wisselkoerseffecten vreten aan de marge. Daarnaast kosten de miljardeninvesteringen in elektrische auto's klauwen met geld, terwijl die modellen nog lang niet genoeg opleveren om de ontwikkelingskosten terug te verdienen.

Tegelijkertijd moeten de bedrijven saneren om te overleven. Deze herstructureringen kosten op korte termijn miljarden, wat de kwartaalcijfers nog verder in het rood drukt. Het is een vicieuze cirkel: je moet geld uitgeven om te besparen, maar dat geld komt er aan de inkomstenkant simpelweg niet meer binnen.

Het Chinese drama

De grootste pijn zit hem in China, jarenlang de melkkoe van de Duitse industrie. Die markt is veranderd in een slagveld. De verkoop van Duitse merken daalde daar met negen procent. Waar in 2020 nog bijna 40 procent van de Duitse auto's naar China ging, is dat aandeel nu gezakt naar 29 procent. De Chinezen hebben de Duitse luxe niet meer nodig; ze kiezen massaal voor hightech EV's van eigen bodem.

Analisten zijn somber: een einde aan deze neerwaartse spiraal is niet in zicht. In het segment van elektrische auto's worden de westerse merken in China links en rechts ingehaald. De Chinezen bieden meer technologie voor minder geld, waardoor de eens zo machtige Duitse status in rap tempo erodeert.

De kleine reus lacht iedereen uit

Terwijl de reuzen wankelen, is er één verrassende winnaar die de lachers op zijn hand heeft: Suzuki. De Japanse fabrikant van compacte auto's is op dit moment de meest winstgevende autobouwer ter wereld met een marge van 9,2 procent. BMW volgt op gepaste afstand met 7,0 procent, terwijl het gemiddelde in de industrie is gezakt naar een zorgwekkende 3,9 procent.

Het bewijst dat de strategie van 'steeds groter, luxer en duurder' zijn grenzen heeft bereikt. Suzuki houdt het simpel en betaalbaar, en dat betaalt zich in tijden van economische onzekerheid dubbel en dwars uit. Voor de Duitse merken rest weinig anders dan het mes in de organisatie te zetten; massa-ontslagen bij toeleveranciers als Bosch en ZF, maar ook bij de fabrikanten zelf, zijn onvermijdelijk om de kosten te drukken.

Reddingsboei: de verbrandingsmotor

Is er dan helemaal geen hoop meer? Toch wel, maar die komt uit onverwachte hoek. De analisten van EY stellen dat het vasthouden aan de verbrandingsmotor (en hybrides) de redding kan zijn voor de marges op de middellange termijn. De gedroomde explosieve groei van EV's in het westen blijft uit, waardoor de consument massaal blijft kiezen voor benzine.

Door langer door te gaan met winstgevende brandstofmodellen en tegelijkertijd hard te saneren in de kosten, hopen de fabrikanten weer wat vlees op de botten te krijgen. De elektrische droom is niet voorbij, maar de realiteit dwingt de Duitsers om voorlopig even een versnelling terug te schakelen naar de vertrouwde techniek die wél geld in het laatje brengt.

Nieuws
  • Adobe Stock