Wopke Hoekstra toont geen genade voor de Britten: nieuwe EU-heffing maakt import direct stukken duurder

Het is de nachtmerrie van elke handelaar en autofabrikant die zaken doet met het Verenigd Koninkrijk: extra kosten aan de grens. De Britten hoopten op coulance vanuit Brussel, maar die droom is gisteren ruw verstoord. De Europese Unie is onverbiddelijk en weigert het Verenigd Koninkrijk een uitzonderingspositie te geven voor de omstreden CO2-grensheffing. Vanaf januari gaat de kassa rinkelen en de rekening loopt op tot bijna een miljard euro per jaar.

Wopke Hoekstra toont geen genade voor de Britten: nieuwe EU-heffing maakt import direct stukken duurder

Wopke Hoekstra trekt de strop aan

De politieke top in Londen had zijn kaarten gezet op een tijdelijke vrijstelling van het zogeheten Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Dit is een complex bureaucratisch instrument waarmee Brussel een heffing oplegt aan de import van vervuilende goederen zoals staal, cement en aluminium.

De Britten gokten erop dat de EU wel even zou wachten met innen zolang de onderhandelingen over een samenwerking nog liepen, maar ze komen bedrogen uit.

Eurocommissaris Wopke Hoekstra was woensdag glashelder in zijn boodschap en veegde elke hoop op uitstel direct van tafel. Hij stelde resoluut: "We zonderen niemand uit, maar op het moment dat we die twee volledig koppelen, is het waarschijnlijk dat er op dat moment een vrijstelling komt."

De enige ontsnappingsroute voor de Britten is het volledig koppelen van hun eigen CO2-handelssysteem aan dat van de Europese Unie. Zolang die digitale en juridische systemen niet naadloos op elkaar aansluiten, worden Britse exporteurs behandeld als elke andere buitenstaander.

Ambtenaren in Brussel waarschuwen nu al dat het koppelen van deze markten een traag proces is dat makkelijk meer dan een jaar kan duren. Tot die tijd zit de industrie aan beide kanten van het Kanaal in een financiële wurggreep waar ze niet zomaar uitkomen.

Een miljardenstrop voor de auto-industrie

De impact van deze politieke beslissing is gigantisch en raakt het hart van de Europese maakindustrie. De Britse overheid heeft zelf de sommen gemaakt en berekend dat deze EU-heffing hun industrie jaarlijks 800 miljoen pond gaat kosten. Omgerekend is dat een strop van zo'n 950 miljoen euro die direct ten laste komt van de winstmarges of wordt doorberekend aan de klant.

Voor de auto-industrie is dit nieuws een regelrechte ramp omdat de toeleveringsketens extreem verweven zijn. Veel onderdelen, halffabricaten en grondstoffen steken tijdens het productieproces meermaals het Kanaal over.

Als staal of aluminium uit het Verenigd Koninkrijk plotseling belast wordt met een extra CO2-taks, wordt elke auto waarin dat materiaal is verwerkt duurder om te produceren.

Het CBAM-systeem is oorspronkelijk ontworpen om te voorkomen dat Europese bedrijven hun productie verplaatsen naar landen met slappere klimaatregels. De ironie is dat het Verenigd Koninkrijk zelf ook ambitieuze klimaatdoelen en heffingen heeft, maar omdat de systemen niet officieel gekoppeld zijn, betaalt men nu de volle mep. Het is een bureaucratische realiteit die de kostprijs van voertuigen opdrijft zonder dat het klimaat er direct beter van wordt.

Brexit-pijn wordt tastbaar in 2026

Hoewel de daadwerkelijke certificaten pas in september 2027 ingeleverd hoeven te worden, begint de administratieve nachtmerrie al in januari.

Bedrijven moeten vanaf dat moment hun emissies nauwkeurig gaan bijhouden en zich voorbereiden op de financiële klap die onherroepelijk volgt over de uitstoot van 2026.

Hoekstra toonde enig begrip voor de frustratie in Londen en erkende dat de Britse regering waarschijnlijk een andere volgorde van deze hele reeks gebeurtenissen had gewild.

Hij voegde er echter koeltjes aan toe: "Maar dat is helaas iets wat we niet kunnen veranderen." Het is een pijnlijk nieuw hoofdstuk in het post-Brexit tijdperk waarin de prijs van soevereiniteit in harde euro's wordt afgerekend. De Britten wilden eigen regels en onafhankelijkheid, maar ontdekken nu dat afwijken van de Brusselse standaard een prijskaartje heeft.

Voor de consument en de autoliefhebber betekent dit simpelweg dat handel met het Verenigd Koninkrijk risicovoller en duurder wordt. Of het nu gaat om specialistische onderdelen voor een restauratieproject of staal voor een nieuwe productielijn, de extra kosten zijn vanaf nu een vast gegeven. De deur staat op een kier voor de toekomst, maar voorlopig gaat de grens op slot voor goedkope import.

Achtergrond