Soja-oorlog raakt machinebouw
Fendt is onderdeel van het Amerikaanse AGCO-concern, een van de grootste spelers ter wereld. Maar op de thuismarkt in de VS vallen harde klappen. De verkoop van tractoren en landbouwmachines keldert.
De oorzaak is niet een slechte oogst – die was juist goed – maar de geopolitiek. "Alleen al soja is goed voor een derde van de Amerikaanse landbouw," legt Gröblinghoff uit in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. En laat China nou net de grootste afnemer van die soja zijn.
Doordat Beijing als vergelding voor Trumps importheffingen de Amerikaanse soja links laat liggen, blijven de boeren met hun oogst zitten. De prijzen dalen, de inkomens verdampen en de schulden lopen op.
Een boer die niet weet of hij zijn bonen kwijt kan, koopt geen nieuwe trekker van een paar ton. "De politiek van de regering-Trump schaadt veel Amerikaanse boeren," concludeert de Fendt-topman hard.
Crisis in de hele keten
Het stopt niet bij de boer op zijn trekker. De hele keten wordt meegetrokken in de val. Ook slachthuizen, graanverwerkers, mouterijen en de hele infrastructuur eromheen zetten de investeringen stop.
Niemand durft geld uit te geven zolang Washington en Beijing ruzie maken. Het is een kettingreactie die dwars door de Amerikaanse economie gaat en uiteindelijk ook de beursgenoteerde giganten als AGCO raakt.
Fendt moet het in deze storm vooral van de Europese markt hebben. Daar is de situatie stabieler en groeien de boerenbedrijven nog wel door schaalvergroting. "Wij zijn profiteurs van de structuurwissel," zegt Gröblinghoff. In Europa worden bedrijven groter en hebben ze efficiëntere, hightech machines nodig.
Dat compenseert de verliezen in Amerika enigszins, maar de boodschap is duidelijk: handelsoorlogen kennen uiteindelijk alleen maar verliezers, en in dit geval is dat de Amerikaanse boer die op een oude trekker moet blijven rijden.
- Adobe Stock