Het verhaal begint in 1989 in New York. Een lokale aannemer besluit mee te doen aan een blinde veiling van een opslagcontainer. De inhoud is een mysterie, maar de prijs is laag. Voor nog geen honderd dollar wordt de man eigenaar van de inhoud. Bij het openen van de zware deuren zagen hij en zijn broer geen stapels oude kranten of waardeloze meubels, maar een gigantisch object onder oude dekens.
Een auto zonder wielen
Toen de dekens werden weggetrokken, kwam er een witte sportwagen tevoorschijn. Het ding had echter een eigenaardig gebrek. Er zaten geen wielen onder. In plaats daarvan staken er vinnen uit de zijkanten en waren de ramen geblindeerd. De broers, die blijkbaar niet de grootste filmkenners waren, hadden geen flauw benul wat ze in handen hadden. Ze zagen een defecte auto met een vreemde bodykit.
De realiteit begon pas in te dalen toen ze de auto op een oplegger laadden om hem naar huis te vervoeren. Via de boordradio kregen ze berichten van vrachtwagenchauffeurs die hun ogen niet konden geloven. Zij herkenden de auto direct als Wet Nellie, de legendarische Lotus Esprit S1 uit de James Bond-film The Spy Who Loved Me uit 1977.
Technisch vernuft uit de jaren zeventig
De vondst bleek niet zomaar een filmprop te zijn. Voor de film uit 1977 waren in totaal acht Lotussen gebruikt, waarvan de meeste lege hulzen waren voor shots op het land. Dit exemplaar was echter de enige functionele onderzeeër die daadwerkelijk gebruikt was voor de onderwaterscenes in de Bahama's.
Het productiebedrijf Perry Oceanographic had de auto in de jaren zeventig omgebouwd voor een astronomisch bedrag van 100.000 dollar, wat in hedendaags geld neerkomt op ruim een half miljoen. De auto kon daadwerkelijk onder water varen, aangedreven door vier elektromotoren. Er zat echter een addertje onder het gras voor de bestuurder. De auto was niet waterdicht. Het was een zogeheten wet sub, wat betekende dat de inzittenden (in de film Roger Moore en Barbara Bach, in werkelijkheid twee stuntduikers) in volledige duikuitrusting moesten zitten om niet te verdrinken.
Na de opnames werd de auto op een promotietournee gestuurd, waarna hij uiteindelijk in de opslagcontainer in Long Island belandde. De huur werd tien jaar vooruitbetaald, maar toen het geld opraakte en niemand zich meldde, ging de inhoud onder de hamer.
De klapper van een miljoen
De aannemer besloot de auto cosmetisch te laten restaureren, maar hield de vondst jarenlang stil. Pas in 2013, vierentwintig jaar na de aankoop, besloot hij te cashen. De Lotus ging onder de hamer bij veilinghuis RM Sotheby's in Londen. De hamer viel uiteindelijk op een bedrag van 616.000 pond, destijds bijna een miljoen dollar. Een aardig rendement op een investering van honderd dollar.
De koper bleek niemand minder dan Elon Musk te zijn. De Tesla-topman kocht de auto in het geheim, met het wilde plan om er een Tesla-aandrijflijn in te leggen en de auto te transformeren tot een voertuig dat daadwerkelijk van de weg het water in kon rijden, zoals in de film. Hoewel dat project voor zover bekend nooit is uitgevoerd, heeft de auto wel degelijk invloed gehad op de autogeschiedenis. Musk heeft meermaals toegegeven dat het hoekige ontwerp van Giorgetto Giugiaro de directe inspiratiebron was voor het ontwerp van de Tesla Cybertruck. Zo cirkelt de auto die voor een habbekrats uit een container werd getrokken nu rond in het DNA van de meest besproken pick-up ter wereld.
- Google AI Studio