Als je de achterkleinneef bent van Gianni Agnelli en aan het hoofd staat van het machtigste autoconcern van Italië, hoef je niet te kiezen uit de standaard catalogus. Je pakt de telefoon en vertelt de fabriek in Maranello precies wat je wilt, hoe gek het ook klinkt. In 2013 deed John Elkann precies dat. Hij wilde een Ferrari FF, de destijds revolutionaire vierzitter, maar dan wel op zijn eigen, ietwat eigenzinnige manier.
De meeste klanten kiezen voor veilig rood of grijs, met een interieur dat ruikt naar de duurste koeienhuiden die Italië te bieden heeft. Elkann dacht daar anders over. Hij liet zijn FF spuiten in een unieke kleur genaamd Nuovo Blu Scozia, een diepe, donkere tint die je eerder op een diplomatenauto verwacht dan op een schreeuwerige supercar. Maar de echte verrassing wachtte binnenin.
De anti-luxe keuze
Toen Elkann de specificaties doorgaf, moeten de ambachtslieden in Maranello even met hun ogen hebben geknipperd. De grote baas wilde namelijk geen leer op zijn stoelen. In plaats daarvan koos hij voor stof. Ja, je leest het goed. In een auto met een prijskaartje van een riante eengezinswoning liet hij bekleding monteren die je normaal gesproken associeert met een eenvoudige stadsauto.
Natuurlijk is het geen goedkoop spul van de rol. Het gaat om een hoogwaardige, blauwe stof waarin het beroemde steigerende paardje, de Cavallino Rampante, met de hand is gestikt.
Ook de deurpanelen en het dashboard zijn in dezelfde blauwe tint uitgevoerd. Het resultaat is een interieur dat, ondanks het gebrek aan leer, een ongekende klasse en ingetogenheid uitstraalt. Het is de ultieme vorm van stealth wealth: zo rijk zijn dat je niet hoeft te pronken met leer om te laten zien dat je geld hebt.
Technisch wonderkind
De Ferrari FF was bij zijn introductie in 2011 al een auto die de tongen losmaakte. Het was de eerste productie-Ferrari met vierwielaandrijving, maar dan wel op de typische Ferrari-manier. In plaats van een zwaar differentieel en assen die door de hele auto lopen, bedachten de ingenieurs het 4RM-systeem.
Een tweede, kleine versnellingsbak op de neus van de motor drijft de voorwielen aan, maar alleen in de eerste vier versnellingen en tot 180 kilometer per uur. Daarboven is het weer gewoon een pure achterwielaandrijver.
Het systeem is licht, complex en briljant. Daarnaast was de vormgeving revolutionair. De FF is geen coupé, maar een Shooting Brake. Een chique term voor een sportwagen met een stationwagen-achtige achterkant.
Hierdoor kunnen er daadwerkelijk vier volwassenen in de auto zitten en is er ruimte voor 450 liter bagage. Met de banken plat groeit dat zelfs naar 800 liter. Het maakt de FF tot de meest praktische V12-supercar ooit gebouwd.
Een investering in geschiedenis
Onder de motorkap van Elkann's speeltje ligt de machtige 6,3-liter V12 die 660 pk levert. Met een topsnelheid van 335 kilometer per uur is dit een van de snelste manieren om met het gezin de Alpen over te steken. De auto heeft in twaalf jaar tijd slechts 16.000 kilometer gereden, wat betekent dat de V12 nauwelijks is ingereden.
Nu komt deze unieke auto onder de hamer bij veilinghuis RM Sotheby's in Parijs. De geschatte opbrengst ligt tussen de 220.000 en 320.000 euro. Dat is een opvallende stijging, want de auto wisselde in juli 2025 nog van eigenaar voor 'slechts' 200.000 euro. In een half jaar tijd lijkt de waarde dus flink te zijn toegenomen.
Het bewijst maar weer eens dat in de wereld van exclusieve auto's, het verhaal en de herkomst vaak belangrijker zijn dan de opties. Een stoffen interieur kan blijkbaar meer waard zijn dan leer, zolang de billen van de juiste CEO er maar op hebben gezeten.
Voor de liefhebber met een gevulde portemonnee is dit de kans om een stukje moderne Ferrari-geschiedenis te bezitten. Je moet alleen wel van blauw houden. Heel veel blauw.
- Josh Bryan / Adobe Stock