Het is een klassiek geval van hoogmoed komt voor de val. Jarenlang kon het niet op in Zuffenhausen. Dankzij de gouden greep van de Cayenne en later de Macan transformeerde Porsche van een sympathieke maar kleine sportwagenbouwer naar een wereldwijd massaproductiemerk.
De verkoopcijfers schoten door het dak, de bonussen voor het personeel waren legendarisch en de marges waren astronomisch. Porsche was onaantastbaar, dachten ze. Maar de realiteit van 2026 is keihard en onverbiddelijk. De cijfers kleuren dieprood en de paniek slaat toe in de bestuurskamer.
De operationele winstmarge is ingestort van een comfortabele 14,1 procent naar een schamele 0,2 procent. Dat is geen dipje, dat is een vrije val die alle alarmbellen doet afgaan. De oorzaken zijn pijnlijk helder en structureel van aard.
De Chinese markt, ooit de kip met de gouden eieren, is ingestort door de moordende lokale concurrentie en economische tegenwind. De Amerikanen houden de hand op de knip vanwege dreigende importtarieven en de peperdure transitie naar elektrisch rijden verloopt veel stroever dan gepland.
Het feest is definitief voorbij
Om het tij te keren lanceert de top van Porsche nu Structure Package II. Een chique naam voor een keihard en pijnlijk bezuinigingsplan dat de organisatie tot op het bot zal raken. Het personeel, dat de afgelopen tien jaar bijna verdubbelde van 25.000 naar 42.000 man, gaat dit direct voelen in de portemonnee.
De riante jaarlijkse bonussen, waar in Stuttgart hele wijken van leefden en hypotheken op werden afgesloten, zijn verleden tijd. Automatische loonsverhogingen worden geschrapt en het aantal kantoormedewerkers moet drastisch omlaag. De organisatie is te log geworden.
Zelfs de pauzes aan de lopende band worden ingekort en het thuiswerken wordt aan banden gelegd. Het management eist weer volledige toewijding op kantoor. Het is een bittere pil voor een bedrijf dat gewend was aan succes en groei. Porsche moet nu op de blaren zitten van zijn eigen expansiedrift.
Ze zijn te groot geworden voor hun niche, maar te klein en te log om de klappen van de wereldmarkt zomaar op te vangen. Bovendien moeten ze nu noodgedwongen diep in de buidel tasten voor de doorontwikkeling van verbrandingsmotoren, omdat de elektrische modellen zoals de Taycan en de nieuwe Macan minder hard lopen dan gehoopt.
Terug naar de jaren negentig
De situatie doet griezelig veel denken aan de crisis van dertig jaar geleden. Toen balanceerde Porsche op het randje van een faillissement en moest het gered worden door de introductie van de Boxster en later de Cayenne.
Wat veel mensen vergeten is dat Toyota destijds te hulp schoot. Japanse ingenieurs leerden de arrogante Duitsers hoe ze efficiënt en goedkoop auto's moesten bouwen. Nu moet Porsche het zelf oplossen, zonder hulp van buitenaf. Er is geen magische redder in nood.
De vraag is of Porsche zijn ziel niet heeft verkocht in de jacht op volume. Met meer dan 300.000 auto's per jaar is de exclusiviteit ver te zoeken. Je ziet ze op vrijwel elke straathoek. Als dan ook de kwaliteit en de marges onder druk komen te staan, blijft er weinig over van de magie die het merk groot maakte.
De komende jaren worden cruciaal onder leiding van CEO Michael Leiters. Porsche moet krimpen om te overleven, maar dat gaat pijn doen. Heel veel pijn.
- Adobe Stock