In Nederland lijkt het verkeer altijd redelijk goed geregeld, tot sneeuw uit de lucht komt vallen. Dan verandert ons strak georganiseerde land in een chaos. Hoe kan het dat een land als Nederland, waar alles over het algemeen tot in de puntjes is geregeld, compleet plat komt te liggen door weersomstandigheden waarbij ze in Finland nog in korte broek naar buiten gaan?
De cijfers van vanochtend liegen er niet om. Een filepiek van bijna 700 kilometer, de A32 in Friesland die volledig onbegaanbaar is, bussen die niet rijden en Schiphol dat honderden vluchten moet schrappen.
Het lijkt alsof er een natuurramp heeft plaatsgevonden, maar in werkelijkheid ligt er slechts een laag sneeuw en ijs. De oorzaak van deze totale verlamming is niet de grilligheid van de natuur, maar een combinatie van onze specifieke wegenbouw en economische keuzes.
De vloek van het perfecte asfalt
Ironisch genoeg is de hoofdreden voor de gladheid op de snelwegen juist de hoge kwaliteit van het Nederlandse asfalt. Nederland heeft het grootste percentage Zeer Open Asfalt Beton ter wereld.
Dit type wegdek is fantastisch in de regen. Het water zakt direct weg in de poriën van het asfalt, waardoor opspattend water verdwijnt en de grip optimaal blijft. Omdat het in Nederland vaker regent dan sneeuwt is dit doorgaans een logische keuze.
In de winter verandert dit voordeel echter in een groot nadeel. Wanneer er gestrooid wordt zakt het zoute pekelwater net als regenwater direct weg in de poriën. Het blijft niet op de oppervlakte liggen zoals bij dicht asfalt in Duitsland of België.
Hierdoor verliest het strooizout zijn werking veel sneller aan de oppervlakte. Rijkswaterstaat moet op dit asfalt soms wel twee keer zoveel strooien om hetzelfde effect te bereiken. Bij hevige sneeuwval of ijzel is er bijna niet tegenop te strooien, met de ijsplaten rond Utrecht als gevolg.
Reizigers gestrand op perrons
Ook op het spoor is het een drama. Reizigers staan in de kou te wachten op treinen die niet komen. Wisselstoringen zorgen ervoor dat cruciale knooppunten rond Amsterdam en Utrecht onbruikbaar worden. De dienstregeling wordt preventief uitgekleed, waardoor treinen overvol zitten of compleet uitvallen.
Een woordvoerder van ProRail legt uit dat landen als Zwitserland of Oostenrijk hun infrastructuur volledig hebben ingericht op sneeuw. Dat betekent verwarmde wissels op elk knooppunt en zwaar materieel dat continu klaarstaat.
In Nederland komt serieuze sneeuwval relatief weinig voor. Het economisch model is simpel en hard. Het kost miljarden om het hele netwerk bestand te maken tegen die paar winterse dagen. De maatschappij en de politiek hebben besloten dat die investering het niet waard is.
Het resultaat is dat bij een wisselstoring monteurs met hun auto in dezelfde file staan als de rest van Nederland. Hierdoor duurt het uren voordat het treinverkeer weer op gang komt en de gestrande reizigers weer naar huis kunnen.
De factor mens en drukte
Tot slot is er de factor drukte. Het Nederlandse wegennet wordt intensiever gebruikt dan bijna elk ander netwerk in Europa. Er zit simpelweg geen rek in het systeem. Als op de A27 of A32 één vrachtwagen schaart omdat hij de helling niet opkomt, staat direct de hele regio vast. Er is geen uitwijkmogelijkheid.
Tel daarbij op dat de gemiddelde Nederlandse automobilist nauwelijks ervaring heeft met rijden in de sneeuw. Winterbanden zijn niet verplicht en veel mensen rijden op banden die in extreme omstandigheden tekortschieten.
De combinatie van onzekere bestuurders, dichtslibbend asfalt en een overvol netwerk zorgt voor het perfecte recept voor een nationaal infarct. Het is geen overmacht, het is een gecalculeerd risico waar we vandaag de prijs voor betalen.
- NL Beeld / Regiofotografie