Het is elk jaar hetzelfde liedje. Code geel, oranje of rood wordt afgegeven en binnen de kortste keren staat het hele land vast door glijdende vrachtwagens en auto's die achterstevoren in de berm staan. Rijden in de sneeuw of bij ijzel vraagt om een totaal andere aanpak dan de dagelijkse rit naar kantoor. Veel automobilisten vertrouwen blind op hun elektronica, maar als het echt glad is, verliest zelfs de beste ABS het van de natuurwetten.
Het gevaar zit hem vaak niet in de snelheid, maar in de onverwachte reacties van de auto. Een stuurbeweging die op droog wegdek prima kan, zorgt op ijs voor een oncontroleerbare spin. Daarom is het tijd om de basisregels weer even scherp te stellen, want schadeherstel is duur en wachten op de sleepdienst in de vrieskou is geen pretje.
1. Kijk ver vooruit (verder dan je denkt)
Het klinkt als een open deur, maar in de winter is dit je levensverzekering. Op glad wegdek is je remweg niet een beetje langer, maar vele malen langer. Waar je op droog asfalt binnen dertig meter stilstaat, heb je op ijs soms wel honderd meter nodig. Kijk dus niet naar de achterlichten van je voorganger, maar naar de auto daarvoor. Zodra je remlichten in de verte ziet oplichten, moet je gas al los zijn. Anticiperen is het toverwoord. Als je moet remmen voor een noodsituatie, ben je eigenlijk al te laat.
2. Wees lief voor je pedalen
Brute kracht is je grootste vijand. Hard remmen, vol gas geven of wild sturen zorgt ervoor dat je banden het contact met de weg verliezen. Zodra dat gebeurt, ben je passagier in je eigen auto. Behandel het gaspedaal en de rem alsof er een rauw ei onder ligt dat niet mag breken. Moet je toch remmen? Doe het in een rechte lijn. Sturen en remmen tegelijk is op glad wegdek vragen om problemen.
3. Zet die cruise control uit
Moderne auto's zitten vol hulpmiddelen, maar cruise control is in de winter levensgevaarlijk. Als je auto op een stuk ijs of aquaplaning terechtkomt terwijl de cruise control aanstaat, zullen de wielen doorslippen. De elektronica registreert dit en probeert vaak snelheid te behouden door gas bij te geven of juist abrupt te remmen. Deze onverwachte ingreep kan de balans van de auto volledig verstoren, met een slip als gevolg. Gewoon je voeten gebruiken dus, dan voel je tenminste wat de auto doet.
4. In een slip? Kijk waar je heen wilt
Het is de klassieke fout: je auto breekt uit en in paniek staar je naar die naderende lantaarnpaal of vangrail. Je hersenen sturen je handen aan, dus als je naar het obstakel kijkt, stuur je er onbewust naartoe. Dwing jezelf om te kijken naar de ruimte waar je heen wilt, naar de uitweg. Stuur rustig mee in de richting van de slip (tegensturen) en ga vooral niet vol op de rem staan, want dan worden je wielen ski's.
5. Ken je auto (en je banden)
Weet waarmee je onderweg bent. Een zware elektrische auto reageert anders dan een lichte benzineauto. Voorwielaandrijving trekt je door de bocht, achterwielaandrijving duwt je eruit. En laten we eerlijk zijn: als je op zomerbanden rijdt terwijl er een pak sneeuw ligt, ben je eigenlijk gewoon af. Winterbanden of goede all-seasons zijn geen marketingtruc, maar noodzaak. Het rubber van zomerbanden wordt onder de zeven graden hard als plastic, waardoor je grip totaal verdwijnt.
Rijden in de winter kan prachtig zijn, zolang je maar respect hebt voor de omstandigheden. Pas je snelheid aan, verdubbel je volgafstand en laat je niet opjagen. Beter vijf minuten later thuis dan vijf weken wachten op schadeherstel.
- PRO SHOTS / ProNews