Het is het soort vondst waar autoliefhebbers van dromen, maar die in werkelijkheid vaak uitloopt op een nachtmerrie. In het koude noorden van Zweden, vlakbij de poolcirkel in Jokkmokk, deed de lokale monteur Hampus Granström een ontdekking.
Tussen de dennenbomen stond een Saab 95 stationwagon uit 1961. De auto was niet zomaar even geparkeerd; hij stond daar al sinds 1970 stil. Meer dan een halve eeuw hadden regen, sneeuw en ijs vrij spel gehad op het Zweedse staal.
De staat van de auto was desastreus. De achterwielen waren gestolen, de bodem was weggeroest en het mos groeide op plekken waar het niet hoorde. Normaal gesproken is zo'n auto rijp voor de pers. Maar Granström is geen gewone monteur.
Hij zag iets bijzonders onder de roest en modder. Dit was namelijk een van de zeldzame exemplaren met de originele tweetaktmotor, een stukje techniek dat al decennia geleden is uitgestorven. Bovendien is het een zogeheten bullnose of korte neus, een model dat slechts kort is geproduceerd voordat Saab overstapte op de V4-motoren van Ford.
Een motor die muurvast zat
Het plan was even simpel als krankzinnig: de auto uit het bos trekken en hem ter plekke weer aan de praat krijgen. Geen dure restauratie in een verwarmde werkplaats, maar sleutelen in de vrieskou met basisgereedschap. De 841 cc driecilinder tweetaktmotor zat, niet verrassend, muurvast. Tweetaktmotoren zijn berucht om hun gevoeligheid voor stilstand; de olie in het brandstofmengsel vergomt en zorgt ervoor dat de zuigers als beton in de cilinders vastbakken.
Met een combinatie van brute kracht, geduld en een hoop smeermiddel wist Granström de cilinderkop te verwijderen. De zuigers werden losgewrikt en de cilinderwanden werden ter plekke gepolijst om de roest te verwijderen.
Het is een werkwijze die elke handleiding tegenspreekt, maar nood breekt wet. Tot ieders verbazing kwam er na wat schuren van de contactpuntjes, die volledig geoxideerd waren, weer een vonk.
Wonderlijke vondsten in het wrak
Tijdens het sleutelen deed Granström nog een opmerkelijke ontdekking. In de auto vond hij een reservewiel dat daar vermoedelijk al die tijd had gelegen. Tot zijn stomme verbazing hield de band na 55 jaar nog steeds lucht. Het was een klein geluksmomentje in een project dat verder vooral bestond uit tegenslagen. De remmen zaten vast, de koppeling weigerde dienst en het koelsysteem was zo lek als een mandje.
Wat volgde was een masterclass in improvisatie. De carburateur werd gereinigd in een ultrasoonbad, de gecombineerde dynamo/waterpomp werd gereviseerd en een elektrische brandstofpomp werd geïnstalleerd omdat de originele mechanische pomp het had begeven. Zelfs de koppeling, die volledig vastgeroest zat aan het vliegwiel, werd met een inductieverhitter weer gangbaar gemaakt zonder de boel te demonteren.
De eerste meters na een halve eeuw
En toen gebeurde het wonder. De motor, die sinds de tijd van The Beatles had gezwegen en nog nooit loodvrije benzine had geproefd, proestte een wolk blauwe tweetaktwalm uit en kwam tot leven. Granström nam plaats achter het stuur, negeerde de gaten in de vloer waardoor hij de weg kon zien, en reed de auto over de besneeuwde Zweedse wegen.
Het beeld van de rokende, roestige Saab die door het witte landschap ploegt, is het ultieme bewijs van Zweedse degelijkheid en menselijke volharding. Het wrak dat was opgegeven door de wereld, rijdt weer.
- Google AI Studio