Het is een geopolitiek drama in wording. De Association des Constructeurs Européens d'Automobiles (ACEA), de koepelorganisatie van alle grote Europese autofabrikanten, luidt de noodklok over een voorgenomen besluit van de Europese Commissie dat desastreuze gevolgen kan hebben.
Brussel is van plan om de zogeheten safeguards, strenge importheffingen op staal, te verlengen en uit te breiden. Dit treft import uit landen als Vietnam, Taiwan, Turkije en Japan. Het doel is nobel: de eigen Europese staalindustrie beschermen tegen goedkope import die de markt overspoelt.
Maar het neveneffect is dat de grootste afnemer van dat staal, de auto-industrie, langzaam wordt gewurgd.
De ACEA waarschuwt in een fel statement dat dit protectionisme averechts gaat werken. Staal is de ruggengraat van elke auto. Een gemiddelde personenauto bevat ongeveer 900 kilo staal.
Van het chassis tot de carrosseriepanelen en de kooiconstructie is het onmisbaar. Zeker bij elektrische auto's, waar zware batterijpakketten beschermd moeten worden door robuuste stalen behuizingen, is de behoefte aan hoogwaardig staal groot.
Een dubbele klap
De timing kon niet slechter. Europese fabrikanten zitten al in zwaar weer. Ze moeten miljarden investeren in de transitie naar elektrisch rijden en hebben te maken met torenhoge energieprijzen in hun fabrieken. Daar komt nu een dubbele klap bovenop.
Naast de importheffingen krijgen ze ook te maken met het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Dit is een mechanisme waarbij importeurs moeten betalen voor de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie van staal buiten de EU.
Het gevolg is een explosieve stijging van de grondstofprijzen. Fabrikanten worden gedwongen om duurder Europees staal in te kopen, dat vaak niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar is, of de hoofdprijs te betalen voor import. Dit vreet direct aan de marges die in de auto-industrie toch al flinterdun zijn.
Een cadeau voor China
Het meest wrange aan dit verhaal is dat de grootste concurrent, China, lachend toekijkt. Chinese merken als BYD, MG en NIO hebben geen last van deze Europese heffingen. Zij kopen hun staal lokaal in China, vaak zwaar gesubsidieerd door hun eigen overheid, tegen bodemprijzen. Ze bouwen de auto's in China en verschepen ze kant-en-klaar naar Europa.
De Europese auto, gebouwd met duur staal en dure energie, wordt dus nog duurder in de showroom. De Chinese auto, gebouwd met goedkoop staal, blijft concurrerend. Het is alsof de EU haar eigen industrie de ring in stuurt met één hand op de rug gebonden, terwijl de tegenstander anabolen mag gebruiken.
De consument is de dupe
Uiteindelijk is er maar één iemand die de rekening betaalt en dat is de consument. Als de productiekosten met honderden euro's per auto stijgen, stijgt de showroomprijs mee. De Europese auto, die nu al moeite heeft om te concurreren op prijs, wordt hierdoor nog onbereikbaarder voor de gemiddelde koper.
Het gevaar is dat kopers massaal overstappen naar de goedkopere alternatieven uit Azië. Dit leidt tot een vicieuze cirkel. Minder verkoop van Europese auto's betekent minder productie in Europese fabrieken. Dat leidt weer tot minder vraag naar Europees staal.
Uiteindelijk schaadt deze maatregel dus niet alleen de autofabrikanten, maar ook de staalindustrie die het juist moest beschermen. Het is een klassiek voorbeeld van bureaucratische tunnelvisie die de concurrentiepositie van Europa op het wereldtoneel ernstig ondermijnt.
- ACEA
- Adobe Stock