De kampeermarkt is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Wie een beetje knappe camper wil, is al snel een vermogen kwijt. Een omgebouwde bestelbus tikt zo de 80.000 euro aan en voor een integraal-camper moet je bijna de loterij winnen. Maar aan de andere kant van de wereld, in Japan, hebben ze een oplossing die even geniaal als lachwekkend is: de Kei-camper.
Het concept is gebaseerd op de Japanse Kei-car regels. Deze dwergauto's mogen niet langer zijn dan 3,40 meter, niet breder dan 1,48 meter en de motor mag maximaal 660 cc en 64 pk hebben.
Op basis van deze brommobiel-achtige specs bouwen Japanners volwaardige campers op onderstellen van werkpaarden als de Suzuki Carry of Daihatsu Hijet. Het resultaat is een soort rijdende telefooncel waarin elke kubieke centimeter wordt benut.
Ruimtewonder op de vierkante millimeter
Omdat je geen ruimte mag verspillen, zitten deze campers vol met Transformer-achtige oplossingen. Banken die in twee seconden veranderen in een bed, daken die uitklappen voor stahoogte en keukentjes die je naar buiten kunt schuiven.
Sommige modellen hebben zelfs uitschuifbare zijkanten, waardoor de leefruimte op de camping verdubbelt. Modellen zoals de Mystic Mini Pop Bee bieden slaapplek voor vier personen op een oppervlakte waar een normale camperaar zijn fietsen niet eens kwijt kan.
Het grootste voordeel is de prijs. In Japan koop je zo'n ding nieuw voor omgerekend zo'n 30.000 euro. Dat is een schijntje vergeleken met de Europese prijzen. Maar er is een maar, en die is groot.
De Nederlandse import-uitdaging
In Nederland zijn deze auto's officieel niet te koop via de reguliere dealers. Je bent dus aangewezen op import. Dat betekent dat je een auto uit Japan moet halen, verschepen en vervolgens door de RDW-keuring moet loodsen. Dat is geen sinecure. Koplampen moeten worden aangepast omdat ze voor linksrijdend verkeer zijn afgesteld en soms mist er essentiële documentatie over de typegoedkeuring.
En dan is er het rijden zelf. Een Kei-camper is gemaakt voor de Japanse stadsjungle en smalle bergweggetjes, niet voor de Duitse Autobahn of de Franse Route du Soleil. Met 64 pk en de aerodynamica van een baksteen is 100 kilometer per uur vaak de absolute topsnelheid.
Bergopwaarts met wind tegen mag je blij zijn als je de vrachtwagens voorblijft. Bovendien zit het stuur rechts, wat inhalen op Europese wegen tot een hachelijk avontuur maakt en de tolpoortjes tot een gymnastiekoefening.
Veiligheid als sluitpost
Tot slot is er de veiligheid. Kreukelzones zijn in deze klasse een theoretisch concept. De neus is kort en je zit praktisch op de voorwielen. Bij een aanrijding met een moderne SUV ben je in een Kei-camper de pineut.
Toch groeit de populariteit, ook in het Westen. Voor de avonturier die geen haast heeft, handig is met sleutelen en lak heeft aan status, is het de ultieme budget-oplossing. Het is kamperen in zijn puurste vorm: klein, knus en goedkoop. Zolang je maar niet verwacht dat je snel op je bestemming bent.
- Google AI Studio