Het is het clichébeeld van de supercar-eigenaar: een auto die alleen op zondag naar buiten mag als de zon schijnt, en de rest van de week onder een hoes slaapt in een verwarmde garage.
De meeste Ferrari's halen in hun hele leven nog geen halve ton op de teller. Maar er zijn uitzonderingen. Auto's die daadwerkelijk gebruikt worden waarvoor ze gemaakt zijn: rijden. En dan is er deze specifieke Ferrari 456 GT, die de definitie van gebruikt naar een compleet ander niveau tilt.
Doug Tabbutt, een bekende figuur in de Amerikaanse autowereld en oprichter van Switchcars, kocht onlangs een exemplaar met een kilometerstand die zelfs voor een taxi indrukwekkend zou zijn. Op de teller staat 970.143 mijl. Omgerekend is dat meer dan 1,5 miljoen kilometer. Het is naar alle waarschijnlijkheid de Ferrari met de hoogste kilometerstand ter wereld.
Een wrak op wielen
Natuurlijk koop je zo'n auto niet in concoursstaat. Tabbutt windt er geen doekjes om: de auto is in een verschrikkelijke staat. Hoe slecht kan een Ferrari zijn met een miljoen mijl? Heel slecht. De lak is ooit overgespoten, maar zo slordig dat de rubbers zijn meegenomen. De raamrubbers zijn versteend door de ouderdom, waardoor de auto waarschijnlijk zo lek is als een mandje.
Binnenin is het niet veel beter. Het leer is uitgedroogd en gekrompen, waardoor het dashboard eruitziet als een gedroogde pruim. De stoelen zijn ooit opnieuw geverfd, maar de verf zit ook op de gordels.
Het is een trieste aanblik voor een auto die in 1992 op de markt kwam als de ultieme Grand Tourer voor de elite. De 456 GT, ontworpen door Pininfarina, was in zijn tijd de snelste vierzitter ter wereld en de laatste Ferrari met de iconische opklapbare koplampen. Nu ziet hij eruit alsof hij dertig jaar lang als huurauto in een oorlogsgebied heeft gediend.
Mechanisch wonder
Toch is er één lichtpuntje: hij doet het nog. De 5,5-liter V12, een motorblok dat bekendstaat om zijn dorst en complexe onderhoud, heeft het volgehouden. Hoeveel revisies het blok heeft gehad is onduidelijk, maar het feit dat de auto op eigen kracht kan rijden is een klein wonder.
De wielen zijn krom en de banden zijn vijftien jaar oud, maar de basis is er. Ook de handgeschakelde versnellingsbak, een zeldzaamheid in moderne Ferrari's, schakelt nog steeds, al voelt het mechaniek waarschijnlijk als een bak met knikkers.
Het bewijst dat zelfs de meest fragiele Italiaanse techniek het eeuwige leven kan hebben, zolang je maar blijft investeren. Tabbutt is van plan om de auto weer enigszins toonbaar te maken en ermee te gaan rijden.
De reacties uit de gemeenschap zijn gemengd: puristen vinden het heiligschennis dat zo'n auto zo verwaarloosd is, terwijl anderen Tabbutt als een held zien die bewijst dat je een Ferrari niet hoeft te sparen.
Want als je de 1,5 miljoen kilometer al hebt aangetikt, is de 2 miljoen ook niet ver meer weg. Het is de ultieme middelvinger naar alle verzamelaars die hun auto's opsluiten als museumstukken. Auto's zijn gemaakt om te rijden, en deze Ferrari heeft die boodschap wel heel letterlijk genomen.