Achtergrond

Brusselse plannen zetten deur op een kier voor verbrandingsmotor, maar de brandstof moet straks uit de frituurpan komen

Het verbod op benzine- en dieselauto's leek in beton gegoten, maar Brussel krabbelt terug. Nieuwe regels zetten de deur op een kier voor synthetische brandstoffen en bio-diesel. Klinkt als goed nieuws, maar de rekening die volgt is astronomisch.

Jesper Penninga
Verbrandingsmotor
EU CO₂-doelen 2035
Europese Unie
Brusselse plannen zetten deur op een kier voor verbrandingsmotor, maar de brandstof moet straks uit de frituurpan komen

Gaan we straks allemaal rijden op afgewerkt frituurvet? Als het aan de nieuwste plannen uit Brussel ligt, zou dat zomaar de toekomst kunnen zijn voor de verstokte benzinerijder. Jarenlang was het plan helder: in 2035 zou het doek definitief vallen voor de verbrandingsmotor.

Maar de politieke wind is gedraaid. Onder druk van de machtige Duitse auto-industrie en tegenvallende EV-verkopen stelt de Europese Commissie nu voor om de regels te versoepelen. In plaats van nul uitstoot, zou een reductie van 90 procent genoeg zijn. Dit opent de deur voor hybrides en auto's die rijden op e-fuels.

De liefhebber van het geluid van een ronkende motor haalt opgelucht adem, maar juicht te vroeg. Het probleem met deze politieke reddingsboei is dat hij lijnrecht ingaat tegen de wetten van de natuurkunde en de economie. Laten we e-fuels als voorbeeld nemen.

Deze synthetische brandstof wordt gemaakt van waterstof en CO2. In theorie klimaatneutraal, maar in de praktijk een energetisch drama. De stroom van 150 windmolens kan 240.000 elektrische auto's laten rijden. Gebruik je diezelfde stroom om e-fuels te maken, dan kun je er slechts 37.500 auto's mee voeden. Het rendement is lachwekkend laag.

Frituurvet als schaars goed

Ook het veelgeprezen HVO100, de schone diesel gemaakt van plantaardige resten zoals oud frituurvet, is geen wondermiddel voor de massa. Het spul werkt prima en verlaagt de uitstoot met 95 procent, maar er is simpelweg niet genoeg afvalolie op de wereld om het hele wagenpark te laten rijden.

En als we met zijn allen steeds gezonder moeten gaan eten en minder gefrituurde snacks consumeren, wordt de bron van deze groene diesel ook nog eens schaarser. Het is een paradoxaal probleem: gezonder leven betekent minder brandstof voor je auto.

Nu al vechten de luchtvaart en de scheepvaart om elke druppel bio-brandstof, omdat zij geen zware accu's kunnen meeslepen. Een Boeing 747 vliegt niet op batterijen, dus die sector zal altijd voorrang krijgen en bereid zijn de hoofdprijs te betalen.

Als de automobilist zich in die strijd mengt, schiet de prijs door het dak. Experts verwachten dat synthetische brandstoffen aan de pomp al snel drie tot vijf euro per liter gaan kosten.

Een speeltje voor de rijken

En dat is precies waar de schoen wringt. De politiek mag dan wel toestaan dat we blijven verbranden, maar de economie gaat ons inhalen. Merken als Porsche investeren in e-fuels om de iconische 911 in leven te houden.

Voor de koper van een auto van twee ton is zo'n literprijs misschien nog te verhapstukken als hobby-uitgave, maar voor de gemiddelde forens in een Golf of Astra is het onbetaalbaar om dagelijks mee naar het werk te rijden.

De CO2-belasting op fossiele brandstoffen stijgt bovendien elk jaar. Naarmate meer mensen elektrisch gaan rijden, wordt de productie en distributie van benzine en diesel per liter duurder door het verlies aan schaalvoordeel. Wie straks nog wil tanken, betaalt een luxetaks waar je u tegen zegt.

De conclusie is hard: de politiek geeft de verbrandingsmotor uitstel van executie, maar de techniek en de portemonnee vellen uiteindelijk het vonnis. E-fuels en bio-diesel zijn prachtige uitvindingen voor niche-toepassingen, maar voor de gewone automobilist is het een dure doodlopende weg.

De toekomst is elektrisch, niet omdat Brussel het wil, maar omdat het de enige optie is die je niet failliet maakt.