Het leek even goed nieuws voor de Nederlandse consument die op de centen let. De Europese Unie en China hebben een doorbraak bereikt in hun handelsconflict. De dreiging van torenhoge extra importtarieven, die de prijzen van merken als BYD en MG met duizenden euro's zouden opdrijven bovenop de standaard 10 procent, is afgewend.
In plaats daarvan komt er een systeem van minimum importprijzen. Op papier klinkt dat als een overwinning voor de vrije handel, maar in de praktijk is het een sigaar uit eigen doos.
De Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung analyseerde de deal en komt tot een ontnuchterende conclusie. De Chinezen hoeven geen extra belasting meer te betalen aan Brussel, mits ze hun auto's niet onder een bepaalde bodemprijs verkopen. Dat betekent concreet dat de prijzen in de showroom kunstmatig hoog blijven.
De winst blijft in China
Het perverse effect van deze maatregel is dat het geld niet meer naar de Europese gemeenschap vloeit via extra heffingen, maar in de zakken van de Chinese fabrikanten blijft.
Als een auto normaal 30.000 euro zou kosten en door extra heffingen 35.000 euro zou worden, ontvangt de EU die 5.000 euro. In het nieuwe systeem kost de auto nog steeds 35.000 euro vanwege de verplichte bodemprijs, maar mag de fabrikant die 5.000 euro zelf houden als extra winstmarge.
Voor de consument maakt het aan de kassa geen verschil: de auto blijft duur. Voor de Europese schatkist is het een aderlating en voor de Chinese industrie is het een geschenk uit de hemel. Ze kunnen die extra marge gebruiken om nog sneller te innoveren of hun dealernetwerk uit te breiden.
Het Cupra-dilemma
Een concreet slachtoffer van dit steekspel is de Cupra Tavascan. Deze elektrische SUV van de Volkswagen Groep wordt volledig in China gebouwd. Zonder het nieuwe akkoord zou deze auto getroffen worden door een extra heffing van ruim 20 procent, wat hem onverkoopbaar zou maken in Europa.
Volkswagen heeft daarom als een van de eerste fabrikanten een serieus voorstel ingediend bij de Europese Commissie voor een minimumprijs. Dit redt de auto, maar zorgt er wel voor dat de prijs kunstmatig hoog blijft. De Europese consument betaalt dus de hoofdprijs om de marges van Volkswagen te beschermen.
Duitsland haalt opgelucht adem
Waarom gaat Europa hiermee akkoord? Het antwoord ligt in Berlijn. De Duitse auto-industrie, met merken als Volkswagen en BMW, was doodsbang voor een handelsoorlog. Ze verkopen miljoenen auto's in China en vreesden wraakacties.
Bovendien produceren ze zelf ook auto's in China voor de Europese markt, zoals de BMW iX3. Deze modellen zouden ook getroffen worden door de extra heffingen.
Het Chinese ministerie van Handel reageerde opgetogen en noemde het akkoord een voorbeeld van constructieve dialoog, met een nauwelijks verhulde sneer naar de Verenigde Staten waar Trump juist inzet op harde confrontatie.
Met deze deal redt de Duitse autolobby zijn eigen hachje, maar de Europese consument betaalt de rekening. De droom van een spotgoedkope Chinese stadsauto is hiermee effectief de nek omgedraaid. Brussel beschermt de eigen industrie niet door concurrentie te weren, maar door prijsafspraken te maken die de markt verstoren.