Achtergrond

Nieuwe verlichtingstechnologie van Tesla zorgt voor verwarring: automobilisten worden staande gehouden vanwege vermeend defect

Tesla staat bekend om zijn innovaties, maar met de vernieuwde Model Y lijken ze de plank mis te slaan. Een nieuw lichtsysteem is zo subtiel dat medeweggebruikers en zelfs agenten denken dat er iets defect is. Is design belangrijker dan zichtbaarheid?

Jesper Penninga
Tesla Model Y
politie
EV veiligheid
Nieuwe verlichtingstechnologie van Tesla zorgt voor verwarring: automobilisten worden staande gehouden vanwege vermeend defect

Het is de trend van het moment: een led-strip over de hele breedte van de achterklep. Van Kia tot Porsche, alle fabrikanten zijn bezweken voor deze trend die de auto breder en moderner doet lijken.

Maar Tesla zou Tesla niet zijn als ze het niet net even anders zouden doen. Bij de langverwachte facelift van de Model Y, intern bekend onder de codenaam Juniper, hebben ze een techniek geïntroduceerd die voor gefronste wenkbrauwen zorgt: Indirect Running Light (IRL).

In plaats van dat de lampen direct naar achteren schijnen, projecteren verborgen leds hun licht op de lak van de kofferbak. Dit zorgt voor een zachte, rode gloed in plaats van een felle streep. Het ziet er in de brochure prachtig en futuristisch uit, maar in de praktijk blijkt het verwarrend. Het licht is zo diffuus dat het voor medeweggebruikers lijkt alsof de verlichting defect is of nauwelijks aanstaat.

Staande gehouden door de politie

In de Verenigde Staten, waar de auto al rondrijdt, leidde dit al tot een pijnlijk incident in de staat Indiana. Een trotse eigenaar werd van de weg gehaald door een politieagent. De reden? Zijn achterlichten zouden kapot zijn.

Je kunt je de discussie voorstellen: de bestuurder die wanhopig probeert uit te leggen dat dit 'by design' is en de agent die wijst naar een donkere achterkant. Uiteindelijk liep het met een sisser af, maar het zet wel de toon voor de ontvangst van dit model.

Hoewel Tesla-topman Franz von Holzhausen de keuze in interviews verdedigt als "verfrissend" en ingenieurs beweren dat het voldoet aan alle wettelijke eisen qua lichtopbrengst, is de realiteit op een donkere snelweg anders. De menselijke waarneming werkt anders dan een lichtmeter. Als medeweggebruikers twee keer moeten kijken of ze wel een auto voor zich zien, schiet innovatie zijn doel voorbij.

Vorm boven functie

Het incident staat niet op zichzelf. Steeds vaker lijkt de drang naar een uniek design de functionaliteit in de weg te zitten. Denk aan de Kia Sportage waarbij de knipperlichten zo laag in de bumper zaten dat niemand ze zag, of achterruiten die zo klein zijn dat je niets meer ziet en volledig afhankelijk bent van camera's.

Fabrikanten wijzen dan naar sensoren en autonome systemen, maar zolang we zelf sturen, blijft het menselijk oog de belangrijkste sensor in het verkeer.

Lars Moravy, de vicepresident engineering bij Tesla, benadrukt dat de intensiteit van het licht objectief gezien voldoende is. Maar subjectief ervaren mensen het als 'zwak'. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties, zeker bij slecht zicht of mist. Als achteropkomend verkeer de auto te laat opmerkt omdat de lichten niet fel genoeg lijken, is een kop-staartbotsing snel gemaakt.

Het roept de vraag op waar de grens ligt. Fabrikanten hebben het recht en de plicht om te innoveren, maar als je lichtsignatuur zo avant-gardistisch wordt dat het op een storing lijkt, is er een probleem met de visuele communicatie.

Voorlopig moeten eigenaren van de nieuwe Model Y er rekening mee houden dat ze vaker geseind zullen worden door bezorgde medeweggebruikers, of erger nog: door een agent met een bonnenboekje.