Techniek

Miljardeninvesteringen in Formule 1 vormen de basis voor de veiligheid en efficiëntie van de moderne gezinsauto

Het lijkt een ver-van-mijn-bed-show: coureurs die miljoenen verdienen en rondjes rijden in onbetaalbare prototypes. Toch is er een directe lijn te trekken tussen de bolide van Max Verstappen en de boodschappenauto op jouw oprit.

Jesper Penninga
Formule 1
Technologie
Hybride auto's
Miljardeninvesteringen in Formule 1 vormen de basis voor de veiligheid en efficiëntie van de moderne gezinsauto

Er wordt vaak lacherig gedaan over de astronomische budgetten in de Formule 1. Waarom zouden fabrikanten honderden miljoenen euro's per jaar stukslaan om twee auto's in het rond te laten rijden? Het antwoord is simpel. Het is niet alleen marketing of ijdelheid. Het circuit is de ultieme snelkookpan voor technologische ontwikkeling.

In een omgeving waar een duizendste van een seconde het verschil maakt tussen winst en verlies worden ingenieurs gedwongen om grenzen te verleggen. Die innovaties blijven nooit lang exclusief voor het circuit. Ze druppelen langzaam maar zeker naar beneden. Uiteindelijk belanden ze in de auto waarmee jij elke ochtend in de file staat. Je hebt het misschien niet door, maar je rijdt in een afgezwakte Formule 1-auto.

De hybride revolutie

De meest recente en duidelijke erfenis is de hybridetechniek. In 2009 introduceerde de sport het KERS-systeem. Dit staat voor Kinetic Energy Recovery System. Het idee was simpel maar geniaal. De energie die normaal verloren gaat als hitte bij het remmen wordt opgevangen en opgeslagen.

Op het rechte stuk kan de coureur die energie weer inzetten voor extra vermogen. Dit systeem is de blauwdruk geweest voor de moderne hybride en elektrische auto. Of je nu in een Toyota Prius rijdt of een dikke Mercedes S-Klasse plug-in hybride, het basisprincipe van regeneratief remmen is geperfectioneerd op plekken als Monza en Silverstone. Zonder de miljardeninvesteringen in F1 waren onze straatauto's nu een stuk minder efficiënt geweest.

Van pook naar flipper

Een andere innovatie die we nu als normaal beschouwen is de manier waarop we schakelen. Tot eind jaren tachtig had elke raceauto gewoon een pook en een koppelingspedaal. Dat veranderde toen Ferrari in 1989 met de 640 op de proppen kwam.

Ontwerper John Barnard introduceerde schakelflippers achter het stuur. Het idee was dat de coureur zijn handen niet meer van het stuur hoefde te halen. In het begin werd erom gelachen en de techniek was onbetrouwbaar. Tegenwoordig kun je bijna geen sportieve straatauto meer kopen zonder flippers. Zelfs in doodnormale gezinsauto's met een automaat vind je deze techniek terug. Het heeft het rijden niet alleen sneller gemaakt, maar ook veiliger. Je houdt immers altijd twee handen aan het stuur.

Materiaal uit de ruimtevaart

Ook de constructie van auto's is radicaal veranderd door de koningsklasse. In 1981 zorgde McLaren voor een schokgolf door de MP4/1 te introduceren. Dit was de eerste auto met een chassis dat volledig van koolstofvezel was gemaakt. Concurrenten dachten dat het zou versplinteren bij een crash.

Toen coureur John Watson zwaar crashte op Monza en ongedeerd uitstapte was de discussie voorbij. Koolstofvezel is sterker dan staal en lichter dan aluminium. Vroeger was dit materiaal onbetaalbaar. Dankzij productieprocessen die in de racerij zijn ontwikkeld zien we het nu terug in auto's als de BMW i3 en in onderdelen van talloze sportwagens.

Aerodynamica voor iedereen

Tot slot is er de luchtweerstand. Spoilers en diffusers worden op straat vaak gezien als opsmuk voor petjes. Toch hebben ze een functie die direct uit de F1 komt. Ze zorgen voor stabiliteit en efficiëntie.

Moderne auto's hebben vaak actieve grilles die dichtgaan om brandstof te besparen of spoilers die uitklappen voor stabiliteit. Dit is kennis die is opgedaan in de windtunnels van teams als Red Bull en Ferrari. De constante wedloop naar meer grip en minder weerstand zorgt ervoor dat jouw auto bij 130 kilometer per uur strak op de weg ligt en toch zuinig is. De Formule 1 is dus geen geldverspilling. Het is het duurste en snelste laboratorium ter wereld en jij bent de eindgebruiker.