Het was groot nieuws afgelopen week. Canada schrapt de draconische importheffing van 100 procent op Chinese elektrische auto's. In plaats daarvan komt er een quotum. Maximaal 49.000 auto's mogen per jaar het land in tegen het normale tarief van 6,1 procent. Op het eerste gezicht lijkt dit een prima deal voor de lokale industrie. De aantallen blijven beperkt dus de markt wordt niet overspoeld.
Maar wie de strategie van de Chinezen kent weet dat dit een gevaarlijke misvatting is. Peking speelt het spel niet voor de winst op korte termijn. Ze spelen de lange termijn. Met deze deal hebben ze precies gekregen wat ze wilden. Ze hebben nu een voet tussen de deur in een van de belangrijkste markten ter wereld.
Het bruggenhoofd is geslagen
Voor merken als BYD en Geely zijn die 49.000 auto's goud waard. Ze hoeven de markt niet direct te domineren. Ze gebruiken deze aantallen om een infrastructuur op te bouwen. Ze zetten dealernetwerken op, trainen monteurs en zorgen voor onderdelenvoorziening. Maar nog belangrijker is dat ze de kans krijgen om de westerse consument te overtuigen.
De auto's die nu naar Canada en Europa komen zijn geen goedkope stadsauto's meer. Het zijn hightech machines met een actieradius van meer dan 500 kilometer en infotainmentsystemen waar Volkswagen jaloers op is.
Door deze auto's nu in het straatbeeld te krijgen normaliseren ze het product. De buurman ziet een BYD op de oprit staan en ziet dat de kwaliteit goed is. Dat is de ware kracht van het Trojaanse paard. De weerstand brokkelt van binnenuit af.
Winstmarges als wapen
De versoepeling van de regels heeft nog een neveneffect. Ook in Europa worden tarieven vervangen door prijsafspraken. De winstmarges voor Chinese fabrikanten schieten hierdoor omhoog. Waar ze eerst moesten vechten tegen torenhoge heffingen kunnen ze nu gezonde marges pakken.
Dat geld vloeit niet terug naar de staatskas maar wordt direct geïnvesteerd in ontwikkeling en marketing. Analisten van UBS zien nu al dat Chinese merken opschuiven in de waardeketen.
Ze verkopen geen auto's meer van 15.000 euro maar premium modellen van 40.000 euro of meer. Ze gebruiken de westerse markt om hun eigen producten te verbeteren en hun oorlogskas te spekken.
Het begin van het einde
De westerse auto-industrie moet zich ernstig zorgen maken. De Chinese merken hebben nu officieel toegang tot de Noord-Amerikaanse markt via de achterdeur van Canada. Ze hebben toegang tot Europa via nieuwe prijsafspraken. De muren die waren opgetrokken om de eigen industrie te beschermen vertonen grote scheuren.
Het quotum van 49.000 auto's lijkt misschien een druppel op een gloeiende plaat. In werkelijkheid is het de eerste schep zand in het graf van de westerse dominantie. Als de consument eenmaal proeft van de superieure technologie en scherpe prijzen uit het Oosten is er geen houden meer aan. De poort is open en het paard is binnen.