Paniekvoetbal in de bestuurskamer
De boodschap uit het hoofdkwartier is onheilspellend. In diverse Europese fabrieken, met name in het Poolse Tychy (waar o.a. de Fiat 500 en Jeep Avenger van de band rollen), gaat de stekker er tijdelijk uit. De voorraden puilen uit, maar de klanten blijven weg.
Het gevolg is direct voelbaar voor het personeel. Meer dan 700 banen staan op de tocht, en duizenden anderen worden naar huis gestuurd met onzekerheid over hun toekomst. Vakbonden slaan groot alarm: dit voelt niet als een "dipje", maar als het begin van een structurele sloop van de Europese productiecapaciteit. Als je auto's niet verkopen, heb je ook geen mensen nodig om ze te bouwen. Zo simpel en pijnlijk is het.
De Chinezen lachen, Stellantis huilt
De oorzaak van deze ellende laat zich raden. De Europese markt is verzadigd, de energieprijzen zijn torenhoog en de consument houdt de hand op de knip. Maar de grootste klap komt uit het Oosten. Chinese merken dumpen goedkope, hightech EV's op de markt waar Stellantis geen antwoord op heeft.
Terwijl merken als BYD en MG groeien, ziet Stellantis zijn marktaandeel verdampen. De dure elektrische modellen van Peugeot en Opel blijven staan bij de dealer. De strategie van topman Carlos Tavares ("kosten besparen boven alles") lijkt nu zijn tol te eisen. Door fabrieken stil te leggen probeert hij de marges te redden, maar je kunt jezelf niet naar winst bezuinigen als niemand je product wil hebben.
Is dit het einde van 'Made in Europe'?
De situatie in Tychy is exemplarisch voor de hele industrie. Deze fabriek was ooit het juweel van Fiat, maar is nu een zorgenkindje. Als de vraag naar elektrische auto's niet heel snel aantrekt, is een grootschalige herstructurering onvermijdelijk.
Voor de werknemer aan de lopende band is de boodschap helder: je baan is niet meer zeker. De Europese auto-industrie vecht voor zijn leven, en op dit moment staan ze met 1-0 achter in de rust.