Het rommelt in autoland. De Europese gigant Stellantis, moederbedrijf van onder andere Fiat, Peugeot en Opel, voelt de hete adem van de Chinese concurrentie in de nek. In een wanhopige poging om auto's betaalbaar te houden deed Olivier François, de baas van Fiat, onlangs een opmerkelijke uitspraak.
Hij stelde dat kleine stadsauto's te duur zijn geworden door alle verplichte veiligheidssystemen (ADAS). Zijn oplossing was om de maximumsnelheid van deze auto's te verlagen. Hierdoor zouden ze wettelijk gezien minder van die dure snufjes nodig hebben en dus goedkoper kunnen worden.
Het klonk als een creatieve boekhoudkundige oplossing, maar voor concurrent BYD was het een inkoppertje. De Chinese fabrikant, die in Europa hard aan de weg timmert, reageerde direct met een messcherpe campagne op social media. Bij een foto van hun model, de BYD Dolphin, plaatsten ze de tekst: Op veiligheid trappen wij nooit op de rem.
Pijnlijke steken onder water
Het is een zeldzaam agressieve zet in de auto-industrie waar merken elkaar doorgaans met rust laten in reclames. BYD wrijft het er nog even extra in door te stellen dat zij geen begrenzer op veiligheid zetten.
Ze benadrukken fijntjes dat ze duizenden ingenieurs in dienst hebben puur om die systemen te ontwikkelen. Dit staat in schril contrast met de Europese tactiek om te zoeken naar mazen in de wet om ze weg te laten.
Dit is niet de eerste keer dat BYD de aanval opent op Stellantis. In Italië loopt al langer de campagne Operation Purefication. Dit is een nauwelijks verhulde sneer naar de beruchte PureTech-motoren van Stellantis. Deze benzinemotoren liggen in miljoenen Peugeots, Opels en Citroëns en hebben een slechte reputatie opgebouwd.
Het PureTech-probleem
De motoren staan bekend om problemen met de zogeheten natte distributieriem die door de motorolie loopt. Deze riem kan oplossen waardoor de motorolie vervuild raakt en de motor vastloopt. Het is een technisch hoofdpijndossier dat al jaren speelt en waar veel eigenaren slapeloze nachten van hebben.
BYD speelt hier feilloos op in door in Italië tot wel 10.000 euro inruilpremie te bieden als je zo'n auto inlevert voor een elektrische Chinees. Het is marketing van de bovenste plank: je identificeert de grootste pijn van je concurrent en biedt vervolgens de oplossing aan.
De nieuwe realiteit
De marketingoorlog laat zien hoe de verhoudingen zijn veranderd. Vroeger keken Europese merken neer op de Chinezen vanwege hun matige veiligheid en kwaliteit. Denk aan de crashtests van de Jiangling Landwind van vijftien jaar geleden.
Nu zijn de rollen omgedraaid. De Chinezen pronken met hun maximale veiligheidsscores en hightech features. De Europese merken wringen zich ondertussen in bochten om kosten te besparen en verouderde techniek aan de praat te houden.
Voor de consument is het smullen. De concurrentie is moordend en dat dwingt fabrikanten tot het uiterste. Maar voor Stellantis is de boodschap helder. Elke zwakte wordt genadeloos afgestraft door een hongerige concurrent die niet bang is om de confrontatie aan te gaan en de middelen heeft om die strijd te winnen.