Onder de 12k: De gezinsvriendelijke zuiplap
In de koopjeskelder vind je vooral de klassieke alkoof-campers uit de jaren '90, zoals de Chausson Acapulco. Veel ruimte voor weinig geld, en dankzij de bult boven de cabine heb je altijd een vast bed. Ideaal voor gezinnen die niet op een houtje willen bijten.
Maar juich niet te vroeg. Die alkoof vangt wind als een flatgebouw, waardoor je elke tankbeurt pijn in je portemonnee voelt. Bovendien waarschuwt de NKC dat je bij deze oudjes extreem alert moet zijn op vocht en roest. Een camper van voor 2000 zonder aankoopkeuring kopen is Russisch roulette.
Rond de 20k: De gulden middenweg
Heb je iets meer te besteden? Dan wordt het leuk. Voor zo'n 20 mille stap je in een half-integraal, zoals de Challenger Serie 100. Deze zijn lager, gestroomlijnder en dus zuiniger. Je betaalt minder tol en staat minder vaak bij de pomp.
Volgens AutoWeek zijn vooral modellen op basis van de Fiat Ducato of Citroën Jumper in deze klasse onverwoestbaar. Onderdelen liggen op elke straathoek en elke garage kan eraan sleutelen. Dit is de sweet spot waar je de meeste waar voor je geld krijgt.
Tot 30k: Leven als een vorst (met kosten)
Aan de bovenkant van dit budget lonkt de luxe. Integrale campers zoals de Pilote Explorateur bieden een balzaal aan ruimte omdat de cabine één geheel vormt met het woongedeelte. Perfect voor overwinteraars die maandenlang onderweg zijn.
Maar luxe heeft een prijs. De ANWB wijst erop dat deze slagschepen (vaak op Mercedes Sprinter-basis) betrouwbaar zijn, maar ook duur in onderhoud en wegenbelasting. Je rijdt erbij als een koning, maar je betaalt ook koninklijke tarieven als er iets stuk gaat.
Dus, zoek je een camper? Laat je niet verblinden door een lage prijs of een mooi interieur. Kijk naar de basis, check het vocht en wees realistisch over je budget.